Onze strategie

Onze strategie

De beschreven ontwikkelingen en trends in de energiemarkt geven aan dat onze bestaande business op de lange termijn onder druk staat. Om waarde voor klanten en samenleving te kunnen blijven creëren, hebben wij in onze strategie in 2016 twee groeipaden benoemd:

  • Internationalisering: het ontwikkelen van gasactiviteiten in groeiende Europese gasmarkten buiten ons kerngebied Noordwest-Europa
  • Duurzame activiteiten: het versnellen van de energietransitie door de ontwikkeling van activiteiten samen met partners op gebied van duurzame energie en CO2 - reductie in onze thuismarkten

Deze verdere uitwerking van de bestaande strategie is in 2016 goedgekeurd door onze Raad van Commissarissen na afstemming met de aandeelhouder. Om onze leidende positie als grensoverschrijdend gasinfrastructuurbedrijf te behouden en verder te versterken, zullen we ons blijven richten op drie strategische pijlers:

  • Pijler I – Optimale infrastructuur: Zorgdragen voor een veilige, betrouwbare, betaalbare en duurzame gasinfrastructuur in ons kerngebied.
  • Pijler II – Europees verbindend: Bijdragen aan een efficiënte gasinfrastructuur en diensten voor een goed functionerende Europese aardgas- en LNG-markt. Daarbij maken we onderscheid tussen ons kerngebied Noordwest-Europa en Europese activiteiten buiten dit gebied (de groeimarkten).
  • Pijler III – Energie in transitie: Versnellen van de transitie naar een CO2-neutrale energievoorziening.

Zorg dragen voor een veilige, betrouwbare, betaalbare en duurzame gasinfrastructuur in ons kerngebied

Tot 2020 zal het gebruik van het Nederlandse gastransportnet naar verwachting niet wezenlijk veranderen, met uitzondering van een (gematigde) exportafname van laagcalorisch gas (L-gas). Na 2025 zal de afname van de productie van L-gas een (grote) impact hebben op het gebruik van ons gastransportnet. Om efficiënt gebruik van zowel ons Nederlandse als Duitse gastransportnet te stimuleren, blijven we onze positie op de internationale aanvoer- en doorvoerroutes en onze LNG- positie in Nederland en Duitsland versterken. We treffen voorbereidingen zodat we bestaande L- gaspijpleidingen kunnen gebruiken voor het transport van hoogcalorisch gas (H-gas) na 2025. Onze onderhoudsstrategie stemmen we af op de verwachte afname van L-gas en inzet van nieuwe importstromen, waarbij het gebruik van onze compressorstations zal veranderen. Voor de niet- gereguleerde activiteiten (BBL, EnergyStock, Gate) zijn de marktomstandigheden ook uitdagend. Wij blijven deze deelnemingen positioneren als zelfstandige entiteiten. Verder onderzoeken we de mogelijkheden om nieuwe verdienmodellen te creëren door de introductie van nieuwe energie data- en adviesdiensten.

Bijdragen aan een efficiƫnte gasinfrastructuur en diensten voor een goed functionerende Europese aardgas- en LNG-markt

Gasmarkten in Noordwest-Europa
We willen onze leidende positie als grensoverschrijdend gasinfrastructuurbedrijf in Noordwest- Europa behouden om zoveel mogelijk waarde te kunnen creëren voor onze aandeelhouder en de maatschappij. Daarom blijven we ons netwerk positioneren als de optimale route door middel van efficiënte bedrijfsvoering, een liquide hub, voldoende voorraad- en LNG-importcapaciteit, en het oplossen van knelpunten. Dit zijn essentiële factoren die ons netwerk aantrekkelijk en concurrerend houden voor huidige en nieuwe (doorvoer)stromen, zelfs in een krimpende markt.
De gasrotonde in Nederland is grotendeels gerealiseerd. In Duitsland, een van onze belangrijkste markten, bestaan er echter nog mogelijkheden om onze positie te verstevigen. Daaraan geven we invulling door samenwerking met andere netbeheerders (Transmission System Operators oftewel TSO’s) en door het realiseren van een aantal ‘greenfield’ projecten op gebied van LNG, en het ontsluiten van nieuwe aanvoerroutes.

Buiten Noordwest-Europa
We willen onze activiteiten uitbreiden naar het snelgroeiende Zuidoostelijke deel van Europa. Hier groeit de markt nog, onder andere doordat gas kan worden ingezet ter vervanging van andere fossiele bronnen. We exporteren onze kennis en expertise van de gasinfrastructuur naar Zuidoost Europa als verstrekker van adviesdiensten. Verder onderzoeken we samenwerkingsmogelijkheden met lokale TSO’s in deze regio. In Zuidoost-Europa streven we naar participatie in belangrijke (doorvoer)pijplijnverbindingen en andere gasinfrastructuur.

Versnellen van de transitie naar een CO2-neutrale energievoorziening

Onderdeel van onze strategie is het versnellen van de transitie naar een CO2-neutrale energievoorziening. We zetten ons in voor efficiënt en duurzaam energiegebruik. We hebben een heldere visie op het gebied van ‘systeemintegratie en flexibiliteit’, ‘hernieuwbare gassen’ (biogas, groengas, synthetisch gas en waterstof), ‘warmtevoorziening in de bebouwde omgeving’, ‘CO2- transport en -opslag’ en ‘mobiliteit en transport’ (groengas, LNG, waterstof). We zien voor onszelf hierbij vanuit onze kennis, ervaring en assets een groeiende rol. Sinds 2014 werken we vanuit Gasunie New Energy aan het opschalen van innovatieve, duurzame energieoplossingen zoals biomassa conversie, power-to-gas, warmtenetten, en carbon capture and storage (CCS). Hierbij kijken we niet alleen naar technologie, maar ook naar nieuwe manieren van samenwerking binnen en buiten de energiesector. Zo dragen we op een constructieve manier bij aan de versnelling naar een CO2-neutraal energiesysteem.

Dilemma: CO2-neutraal of gasloos?
Het was in 2016 actueler dan ooit: de rol van (aard)gas in Nederland. En dan met name in de gebouwde omgeving voor verwarming van huizen en gebouwen. Steeds meer gemeenten spreken de ambitie uit om over enkele decennia zonder gas te verwarmen. Zij noemen dit gasloos. In gesprekken met deze gemeenten blijkt echter dat ze streven naar een CO2-neutrale gemeente, maar de term gasloos gebruiken omdat dat meer urgentie uitstraalt. Dit zorgt voor een dilemma, omdat men denkt dat ‘we’ zo snel mogelijk van het gas af moeten terwijl we vanuit diverse onderzoeken weten dat op veel plaatsen in Nederland de energievoorziening niet zomaar zonder gas kan als deze ook betaalbaar en betrouwbaar moet blijven. Ook kan een CO2-neutrale energievoorziening goed met gas bereikt worden. In veel gevallen kan gas de transitie naar CO2-neutraliteit zelfs versnellen. We bedoelen hier met gas ook hernieuwbaar gas dat in toenemende mate aardgas zal vervangen.

Daarnaast pleiten wij voor het vermijden van onnodige investeringen in infrastructuur als de al aanwezige infrastructuur, waaronder ons gasnet, goed benut kan worden. Het einddoel, een betaalbare, betrouwbare en CO2-neutrale energievoorziening, staat niet ter discussie, wel de weg ernaar toe. Voor veel stakeholders bevat deze weg nog veel vraagtekens, omdat de kennis ontbreekt om consequenties van bepaalde keuzes te overzien. Wij zoeken zoveel mogelijk de dialoog op met gemeenten, ministeries, provincies, netbeheerders en andere partijen om met elkaar tot een goede integrale afweging te komen, die leidt tot de maatschappelijk meest verantwoorde keuze.

Aardgas is een project, dus eindig. Maar infrastructuur blijft nodig, weliswaar veel minder voor gas maar meer voor warmte. Om goed in te spelen op de klimaatdoelen van Parijs zal in 2035 zeker 90% van de gebouwde omgeving geen aardgas meer gebruiken voor verwarming. Bij de uitfasering van aardgas en de overgang naar duurzame warmte is de kennis en ervaring van Gasunie zeer belangrijk. Ik ga ervan uit dat we over een paar jaar trots kunnen zijn op de voortrekkersrol die Gasunie speelde bij de uitfasering van aardgas en opbouw van duurzame netten. Net zo trots als toen we het aardgasnet aanlegden.

Tjerk Wagenaar (directeur Natuur & Milieu)

Visie 2023

In 2016 heeft de Raad van Bestuur onze visie en strategie voor de middellange termijn vertaald in mogelijkheden en gevolgen voor onze medewerkers (groei, krimp & mobiliteit). Dit is vastgelegd in de zogenaamde Visie 2023. Deze horizon is enerzijds ver genoeg om de impact van ontwikkelingen op gebied van de arbeidsmarkt (krapte in het aanbod van technici, hogere uittreedleeftijd en digitalisering en robotica), marktombouw, regulering en energietransitie mee te kunnen nemen en anderzijds voldoende dichtbij om een vertaling van deze ontwikkelingen naar de huidige organisatie en populatie te kunnen maken. Visie 2023 betreft een vertaling van de bestaande strategie in impact op de inzet van onze bestaande assets, concrete businessdoelstellingen (internationale groei en transitie) en Operational Excellence-doelstellingen.

Door eerder genoemde in- en externe veranderingen zullen banen onder druk komen te staan, zowel qua invulling als in aantal, en dat vormt een dilemma. In eerste instantie zal dit gevolgen hebben voor onze ‘flexibele schil’ die we hebben ingericht met inleen van derden en tijdelijke contracten om snel in te kunnen springen op veranderingen. Maar binnen enkele jaren zullen er ook gevolgen merkbaar zijn voor bestaande, vaste functies en voor het totale aantal formatieplaatsen. Er zullen niet alleen banen vervallen, maar als gevolg van digitalisering (het gebruik van digitale middelen) en robotica (het gebruik van kunstmatige intelligentie) zullen bestaande banen ook inhoudelijk drastisch veranderen. Onze werknemers zullen dus te maken krijgen met veranderingen. Ze zullen zich daarom continu moeten blijven ontwikkelen, ook op nieuwe terreinen.

De Raad van Bestuur heeft Visie 2023 gedeeld met alle medewerkers, omdat ze transparantie hierover naar medewerkers toe vanzelfsprekend en belangrijk vindt. Hierbij is door de Raad van Bestuur, sociale partners en de Ondernemingsraad (OR) het vertrouwen uitgesproken dat het HRM-beleid dat voor de komende jaren is vastgesteld in overleg met de OR en vakbonden, de huidige populatie voldoende in staat zal stellen om te kunnen anticiperen op de voorziene krimp in formatie en de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden. De sleutel bij dit dilemma ligt volgens alle betrokkenen in het verhogen van de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. Zij worden daarin ondersteund door een programma gericht op het verhogen van hun duurzame inzetbaarheid.

Operational Excellence

Wij hebben een  Operational Excellence programma ontwikkeld voor de structurele verbetering van de effectiviteit en efficiency van onze processen (productiviteitsverbetering). Dit  realiseren we door onder meer de LEAN methodiek toe te passen op bestaande processen en het uitvoeren van Overhead Value Analyses. Zo identificeren we waar kansen voor efficiencyverbetering liggen. Ook heroverwegen we bepaalde uitgangspunten in onze organisatie. Netwerkoptimalisatie, digitalisering en robotisering zullen belangrijke maatstaven worden bij het realiseren van onze Operational Excellence-doelen na 2019. We beogen met het programma een besparing van 3% per jaar te realiseren tot en met 2019, en daarna tot 2023 nog een besparing van 1,5% per jaar. In totaal kunnen we op deze wijze een 15% kostenreductie behalen over deze periode.

Innovatie

Om Visie 2023 te kunnen realiseren zien we innovatie als manier om onze bestaande activiteiten op veilige en efficiënte wijze uit te kunnen blijven oefenen en om nieuwe activiteiten in het kader van een succesvolle transitie naar een duurzame energietoekomst mogelijk te maken. Kennisontwikkeling en vernieuwingskracht zijn hierbij belangrijke factoren. We hebben ons innovatiebeleid recent aangescherpt en daarin een heldere focus voor de komende jaren aangebracht, waardoor we de ontwikkeling van innovatieve ideeën beter kunnen faciliteren. Onderdeel hiervan is de eerder genoemde oprichting van het bedrijfsonderdeel Gasunie New Energy en de afdeling Corporate Business Development.

MVO-speerpunten en meerjarenplan

Onze speerpunten op het gebied van MVO zijn rechtstreeks afgeleid en integraal onderdeel van onze strategie. Ook inzichten uit onze materialiteitsanalyse (zie Materialiteit) nemen we mee in het bepalen van de prioriteiten. Goede prestaties op het gebied van veiligheid, transportzekerheid en zorg voor onze medewerkers vormen de basis.
Hun gedrag bepaalt het draagvlak voor en effectiviteit van onze activiteiten, onze licence to operate. Daarboven stellen we periodiek onderwerpen vast waaraan we extra aandacht geven, omdat we ontwikkelingen op deze gebieden willen bespoedigen. De afgelopen jaren waren dat: energietransitie, footprintreductie/duurzaam inkopen en Strategisch Omgevingsmanagement (SOM). We hebben er de afgelopen twee jaar voor gezorgd dat de organisatie bekend werd met SOM; het onderwerp wordt nu door de reguliere organisatie verder opgepakt. In 2016 hebben we ons beleid herijkt. De speciale MVO-speerpunten die we nu hebben vastgesteld voor de komende jaren zijn: footprintreductie, energietransitie, duurzame mobiliteit en maatschappelijk verantwoord inkopen. Op het gebied van Veiligheid, Goed Werkgeverschap, Transportzekerheid, Footprintreductie, Duurzame Mobiliteit en Energietransitie hanteren we concrete KPI’s (zie onze Connectiviteitsmatrix).

Footprintreductie
We richten ons op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen door het beperken en voorkomen van methaanemissies en het nuttig aanwenden van energie en efficiënte verbranding. Met ons programma voor footprintreductie dragen we bij aan de overheidsdoelstellingen op het gebied van CO2-reductie (klimaatneutrale energievoorziening in 2050) en duurzame energie (16% in 2023). We streven ernaar om hierin toonaangevend te zijn binnen de internationale gasinfrastructuursector.

In 2050 willen we samen met een aantal Europese netbeheerders een CO2-neutrale gasvoorziening hebben gerealiseerd, in het zogenoemde Green Gas Initiative. Op weg daar naartoe willen we in onze eigen bedrijfsvoering in 2020 ten opzichte van 1990 20% directe CO2-emissie (ofwel 93 kiloton CO2-equivalent) hebben verminderd*. In 2030 willen we onze CO2-emissies met 40% hebben teruggebracht ten opzichte van de emissies in 1990**.

*   Dit betreft uitsluitend scope 1 van het GHG-protocol (zie paragraaf Resultaten Milieu & Omgeving)
** Gerekend over de volle scope (1, 2 en 3) van het GHG-protocol

Energietransitie
Gas is een energiedrager die zich ontwikkelt naar een hernieuwbare energievorm door de productie van groen gas, synthetisch gas en waterstofgas. De eerste stappen bij de ontwikkeling naar een duurzame energievoorziening zijn uitdagend om verschillende redenen, zoals financiering, de stand van technologische ontwikkelingen en het verbinden van verschillende ketens om een sluitende duurzame business case te krijgen. We streven ernaar om deze stappen waar mogelijk in samenwerking met andere partijen te zetten, binnen of buiten onze keten. Dat doen we binnen de wettelijke kaders als netbeheerder. Op die manier willen we de kans van slagen zo groot mogelijk maken. We focussen ons bij het onderwerp energietransitie op de volgende gebieden: hernieuwbaar gas, (hybride) oplossingen voor warmtevoorziening, systeemintegratie en small scale LNG.

Maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI)
Wij willen onze inspanningen op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) de komende jaren intensiveren. Uitgangspunt is dat we op dit punt zoveel mogelijk budgetneutraal opereren. Een concrete doelstelling voor 2017 is dat we voor 40% groene elektriciteit inkopen, om uiteindelijk naar 100% door te groeien. In 2016 hebben we de basis gelegd voor een MVI-beleid, waaraan we in 2017 concreet invulling zullen geven. Onze ambitie is om met onze inspanningen op een vergelijkbaar niveau te komen als dat van onze “peers”.

Duurzame mobiliteit
We stimuleren onze medewerkers om zo min mogelijk kilometers te maken voor hun werkzaamheden. Thuiswerken vormt daarvan een onderdeel. Een deel van het wagenpark dat we gebruiken voor onderhoudswerkzaamheden rijdt op groen gas. Ook zijn er elektrische laadpalen op ons terrein aanwezig, en is er gewerkt aan betere aansluiting van ons hoofdkantoor op het openbaar vervoer. Verder stellen we NS-business cards en leenfietsen ter beschikking aan onze medewerkers voor werkverkeer. Op diverse van onze kantoren zijn faciliteiten beschikbaar om per videoconferencing te vergaderen, ook om het aantal kilometers te verminderen.

Goed werkgeverschap
Onze prestaties op het gebied van Goed Werkgeverschap meten we concreet door middel van een tweejaarlijks medewerkersonderzoek, ziekteverzuimcijfers en instroom onder de Participatiewet.

Transparantie
In al onze activiteiten streven we, als organisatie met een publieke taak, een zo transparant mogelijke bedrijfsvoering na. Transparantie met betrekking tot onze prestaties vinden we van groot belang. Dat betekent dat we in ons jaarverslag zo transparant mogelijk willen zijn. De Transparantiebenchmark van het ministerie van Economische Zaken is hier een goede graadmeter voor. Derhalve zijn ook voor de komende jaren ambitieuze doelstellingen opgenomen ten aanzien deze rapportage-benchmark. De komende jaren streven we ernaar circa 185 punten te behalen en minimaal binnen de top 30 van het totale deelnemersveld te eindigen. De Transparantiebenchmark dekt niet alle aspecten van rapportage, en ook in bredere zin nemen we ten aanzien van onze rapportages transparantie als uitgangspunt

We vertellen meer over onze activiteiten en resultaten op het gebied van energietransitie, transparantie, footprintreductie en onze medewerkers in het hoofdstuk Onze resultaten. Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en Duurzame Mobiliteit worden door onze stakeholders niet als materieel aangemerkt (zie hoofdstuk Materialiteit). Over deze onderwerpen rapporteren wij daarom in beperktere mate in de bijlage.