Onze resultaten

Onze resultaten

Managementagenda 2016

Managementagenda 2016 – 2018

(strategisch en operationeel)

Strategische pijler Optimale infrastructuur
Strategische pijler Europees verbindend
Strategische pijler Energie in transitie
Continueren en intensiveren van de dialoog met de toezichthouder ten behoeve van optimale afstemming van het regelgevingskader voor ons bedrijf
  • Optimale infrastructuur
  • Europees verbindend
  • Energie in transitie
Waarborgen van continue levering van gas via ons gastransportnetwerk voor nu en de toekomst, bijvoorbeeld door het nemen van een investeringsbeslissing voor een additionele stikstoffabriek in Nederland
  • Optimale infrastructuur
  • Europees verbindend
  • Energie in transitie
Realiseren van de hoogste veiligheidsstandaarden door succesvolle uitvoering van ons Safe@Gasunie-programma
  • Optimale infrastructuur
  • Europees verbindend
  • Energie in transitie
Implementeren van een duurzaam HRM- en arbeidsvoorwaardenbeleid
  • Optimale infrastructuur
  • Europees verbindend
  • Energie in transitie
Succesvol uitvoeren van grensoverschrijdende projecten en activiteiten zoals bijvoorbeeld het verhogen van de marktintegratie, het vergroten van onze LNG-activiteiten en kijken naar mogelijkheden voor samenwerking met andere TSO’s
  • Optimale infrastructuur
  • Europees verbindend
  • Energie in transitie
Participeren in nieuwe duurzame energiemarkten en ontwikkelen van energie-infrastructuur en energieprojecten ten behoeve van de energietransitie zoals bijvoorbeeld groen gas, Carbon Capture Transport and Storage (CCTS), etc.
  • Optimale infrastructuur
  • Europees verbindend
  • Energie in transitie
Verbeteren van governance, efficiency en effectiviteit door de opzet en uitvoering van ons ondernemingsbrede 'Operational Excellence'-programma
  • Optimale infrastructuur
  • Europees verbindend
  • Energie in transitie
Realiseren van onze Corporate Social Responsibility doelstellingen, onderdeel hiervan vormen doelstellingen op het gebied van energietransitie en CO2-footprint reductie
  • Optimale infrastructuur
  • Europees verbindend
  • Energie in transitie
Actief uitdragen van onze strategie middels het ontwikkelen van een vernieuwde ‘corporate storyline’ in dialoog met de relevante stakeholders
  • Optimale infrastructuur
  • Europees verbindend
  • Energie in transitie
Behouden van onze solide financiële positie hetgeen zich kenmerkt in het behouden van een minimale kredietwaardigheidsbeoordeling van A3
  • Optimale infrastructuur
  • Europees verbindend
  • Energie in transitie
Versterken van onze positie als Europees gasinfrastructuurbedrijf door het verder ontwikkelen van onze activiteiten in Europa
  • Optimale infrastructuur
  • Europees verbindend
  • Energie in transitie
Effectief en efficiënt uitvoeren van ons programma voor onderhouds- en (ICT-)vervangingsinvesteringen
  • Optimale infrastructuur
  • Europees verbindend
  • Energie in transitie
Realiseren van onze doelstellingen op het gebied van ICT-security (waaronder meer efficiency)
  • Optimale infrastructuur
  • Europees verbindend
  • Energie in transitie
Gerealiseerd Gedeeltijk gerealiseerd Niet gerealiseerd

Resultaten netbeheer Nederland en Duitsland

Wij hebben een publieke taak en dragen met het verzorgen van veilig en betrouwbaar gastransport bij aan de energievoorziening in Nederland en Duitsland en een groot deel van Noordwest-Europa.
Netbeheerders GTS en Gasunie Deutschland bieden op een klantgerichte en transparante manier gastransportdiensten aan. Onze gastransport- en infrastructuuractiviteiten staan centraal in onze strategie. Wij voeren deze activiteiten zo efficiënt mogelijk uit en zorgen voor een goede werking en ontwikkeling van het gastransportnet. Dit doen wij door het borgen van de transportzekerheid en het aanbieden van passende diensten aan onze klanten. Veiligheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en kostenbewustzijn staan hierbij voorop.

Resultaten gastransport

Transportzekerheid
De betrouwbaarheid van het gastransport heeft hoge prioriteit binnen ons bedrijf. In 2016 hebben we bijna 100% leveringszekerheid gerealiseerd. Er vonden in ons Nederlandse netwerk twee onderbrekingen plaats, waarbij twee regionale netbeheerders een korte periode geen gas geleverd kregen. We hebben onderzoek gedaan naar de oorzaak van deze transportonderbrekingen.
Er hebben geen transportonderbrekingen plaatsgevonden in het Duitse net.

Getransporteerd gas Nederland & Duitsland
In 2016 is de totale hoeveelheid gas dat door ons net is getransporteerd, gestegen naar 1.236 TWh (2015: 1,170 TWh). In Nederland is meer aardgas getransporteerd dan in het vorige jaar. In 2016 hebben onze klanten 971 TWh (99,4 miljard m3) gas door ons netwerk laten transporteren voor eindgebruikers in binnen- en buitenland, tegenover 926 TWh (94,8 miljard m3) in 2015. Deze stijging werd veroorzaakt door een toename van geëxporteerd H-gas en G- gas.

In Duitsland heeft Gasunie Deutschland over heel 2016 265 TWh gas getransporteerd (2015: 244 TWh). Het Nord Stream entrypunt in Greifswald heeft grotendeels op maximale capaciteit gedraaid. Vergeleken met voorgaand jaar is er relatief weinig Noordzeegas getransporteerd. De capaciteitsboekingen bij de grenspunten Emden en Oude Statenzijl zijn aanzienlijk lager dan verwacht. Tijdens de zomermaanden zijn de gasopslagen in het marktgebied van Gasunie Deutschland tot zeer hoog niveau gevuld, wat resulteerde in volle gasopslagen bij aanvang van de winterperiode 2016/17.

Getransporteerd gasvolume (in TWh)

In december 2016 hebben Gasunie Deutschland en Open Grid Europe GmbH (OGE) gezamenlijk de Duitse netbeheerder jordgasTransport GmbH (JGT) van Statoil overgenomen. JGT biedt transportdiensten aan via de NETRA pijplijnverbinding, een joint venture van JGT, Gasunie Deutschland en OGE. De additionele capaciteit is een goede aanvulling op het bestaande portfolio van Gasunie Deutschland. Het versterkt ook ons Duitse netwerk voor transport van H-gas. Zo is Gasunie nog beter in staat om toekomstige gasstromen uit verschillende internationale bronnen te faciliteren. Daarnaast draagt de benutting van deze pijplijnverbinding bij aan de leveringszekerheid in Noordwest-Europa, waar momenteel sprake is van een significante afname van de lokale L-gas productie.

De trend dat shippers in Duitsland vooral kortetermijncapaciteit boeken op grenspunten heeft zich in 2016 doorgezet. Noch de heringevoerde opslagen voor kortetermijnboekingen (ter stimulering van langetermijnboekingen) noch de aanzienlijk lagere korting voor afschakelbare capaciteit hebben geleid tot een merkbare verandering in het boekingsgedrag van de shippers.

De BNetzA had aanvankelijk een wijziging in de methode van tariefberekening aangekondigd die van kracht zou worden op 1 januari 2017. Deze methode zal naar alle waarschijnlijkheid de boekingssituatie bij de Gasunie Deutschland grenspunten verbeteren, omdat die zal leiden tot een uniform entry-tarief voor het gehele marktgebied. De Duitse regelgever heeft echter het tijdschema heroverwogen en de introductie van de nieuwe regelgeving zal nu hoogstwaarschijnlijk op 1 januari 2018 plaatsvinden.

Projecten Gasunie in Duitsland

De laatste projecten van de Integrated Open Seasons projecten naderen de eindfase van de constructie. Het nieuwe compressorstation in Quarnstedt is succesvol afgebouwd en in gebruik genomen. In combinatie met onder andere de nieuwe leiding tussen Fockbek en Ellund is de transportcapaciteit naar Denemarken en Sleeswijk-Holstein fors uitgebreid. Ook de Elbe-duiker is klaar en in het compressorstation Wardenburg zijn twee nieuwe compressoren in gebruik genomen.

Verdere toename kwaliteitsconversie

Om de verminderde productie van het Groningenveld op te vangen is de inzet van onze kwaliteitsconversiecapaciteit in 2016 verder toegenomen. Bij kwaliteitsconversie voegen wij stikstof toe aan H-gas uit het buitenland zodat het geschikt wordt gemaakt voor gebruik door Nederlandse huishoudens. De hoeveelheid geconverteerd gas is gestegen van 16,9 miljard m3 in 2015 naar 23,4 miljard m3 in 2016.

Gasunie was voornemens om de stikstofinstallatie nabij Zuidbroek uit te breiden, maar door de veranderde marktomstandigheden, waaronder een snellere afname van L-gas marktvraag in het buitenland, is deze uitbreiding vanuit capaciteitsoogpunt niet langer noodzakelijk. Voordat het kabinet een definitief besluit neemt over de uitbreiding wil het bekijken of de aanvullende inzet van kwaliteitsconversie vanuit het oogpunt van  veiligheid nodig is bij het voorgenomen winningsniveau van 24 miljard m3 per jaar. Naar verwachting zal het kabinet hierover kort na de zomer van 2017 een besluit nemen. Daarom heeft het kabinet in september 2016 het finale investeringsbesluit over de voorgenomen uitbreiding uitgesteld.

Marktconversie

Vanwege de afnemende Duitse en Nederlandse productie van L-gas faciliteert Gasunie Deutschland de marktconversie van L- naar H-gas. De eerste projecten, de conversie van Schneverdingen en Böhmetal, zijn inmiddels succesvol afgerond. De volgende conversieprojecten zijn al aangekondigd en de bijbehorende overeenkomsten met de aangrenzende netbeheerders zijn gesloten in lijn met het ambitieuze Duitse netwerkontwikkelingsplan (NEP). Per 1 januari 2018 zal de heffing om de kosten van de marktconversie te dekken consistent en landelijk worden doorberekend.

Optimaliseren vervangingsprogramma

Het meerjarig vervangingsprogramma voor afsluiters, meet- en regelstations en gasontvangstations, is in 2016 voortgezet. De verwachte looptijd is tussen 15 en 20 jaar. Parallel aan de renovatie is de conditie van de vervangen installaties onderzocht. Op basis van deze analyse is het programma bijgesteld en besloten om het programma niet verder op te schalen, maar het aantal te vervangen stations terug te brengen. De nadruk ligt niet langer op het preventief, maar op correctief onderhoud. Een aantal stations wordt volledig vervangen. Waar dit vanuit risico-perspectief niet nodig is, treden we reactief op.
Ook de uitgangspunten voor het vervangen van afsluiters van het HTL-net zijn aangepast. Ook hier concluderen we uit risico-gebaseerde analyses dat minder afsluiters dan voorzien vervangen hoeven te worden. Met deze aanpassingen aan ons meerjarig vervangingsprogramma kunnen we de komende jaren onze investeringsuitgaven significant verlagen.

Een nieuw besturingssysteem voor ons gastransportnet

Om een betrouwbare en veilige gasvoorziening te garanderen, wordt met het Jason programma het bestaande gastransport ICT systeem Argos-Gus vervangen. Deze systemen besturen het Nederlandse gastransportnetwerk. Met project Jason wordt het gastransport, met behulp van innovatieve IT, intuïtiever gemaakt. Door het toepassen van simulatietechnieken kunnen we onze activiteiten zo realistisch mogelijk voorspellen. Dit “slimme” systeem helpt onze operators bij hun beslissingen. Omdat ontwerp, bouw, testen en bewaking van de voortgang op geografisch ver uit elkaar liggende locaties plaatsvindt, zijn goede projectleiding, communicatie en rapportage uiterst belangrijk. Tot nu toe wordt gewerkt volgens plan, al staat er door herschikking van ontwerptaken enige spanning op de afgesproken opleveringsdatum. De verwachte opleveringsdatum is echter niet veranderd, zodat de nieuwe software in het eerste kwartaal van 2018 in gebruik zal worden genomen.

Splitsing GTS

Met ingang van 1 januari 2016 is GTS gesplitst in twee separate bedrijven: GTS voor het landelijke HTL en Gasunie Grid Services (GGS) voor het regionale RTL. GTS is de aangewezen netbeheerder voor beide transportsystemen. Als onderdeel van de overeenstemming over het Methodebesluit is de aanwijzing van GGS als netbeheerder ingetrokken, waarmee GTS de enige landelijk netbeheerder blijft.

Klanttevredenheidsonderzoek

Jaarlijks voert GTS een klanttevredenheidsonderzoek uit. Shippers waarderen GTS met een 8,0 (2015: 7,8) en industriële klanten met een 7,7 (2015:7,5) Klanten geven aan positief te zijn over de professionaliteit, de snelheid van reageren, het nominatieproces en de klantgerichtheid. Nagenoeg alle shippers vinden GTS even goed of beter dan andere TSO’s als het gaat om klantgerichtheid, transparantie en toegankelijkheid. Een aandachtspunt blijft volgens het onderzoek het gebruikersgemak van Gasport, ons webportal voor transportinformatie. Daarom heeft GTS in 2016 aanpassingen doorgevoerd, zoals het klantvriendelijker maken van de toegang tot Gasport.

Klachtenafhandeling

We houden bij het uitvoeren van onze activiteiten zo veel mogelijk rekening met onze omgeving. De klachten die bij ons binnenkomen, proberen wij zo snel mogelijk en naar tevredenheid af te handelen. Klanten van GTS kunnen met klachten terecht bij gespecialiseerde klanten desks.
In 2016 hebben we 3 klachten van shippers en 3 klachten van industriële aangeslotenen ontvangen en afgehandeld.

Bij Gasunie Deutschland heeft BNetzA naar aanleiding van een klacht van een gasopslagbeheerder het tarievensysteem van Gasunie Deutschland Transport Services GmbH geëvalueerd. BNetzA heeft de klacht afgewezen en het tarievensysteem van Gasunie Deutschland bevestigd. De gasopslagbeheerder is echter tegen deze beslissing in beroep gegaan bij het Oberlandesgericht (OLG) Düsseldorf. Dit heeft geleid tot een rechtszaak tussen de opslagbeheerder en BNetzA. Op basis van wederzijdse instemming is de rechtszaak tot nader order opgeschort. Een beslissing wordt niet op korte termijn verwacht.

Marktliquiditeit

Energiegebruikers hebben baat bij sterke internationale gasverbindingen en een liquide gasmarkt. Dit is gunstig voor de beschikbaarheid en betaalbaarheid van gas. Nederland blijkt in 2016 wederom een van de meest aantrekkelijke en liquide gashandelsmarkten van Europa te zijn. Dankzij de gasrotonde is sprake van een goed functionerende gasmarkt met gezonde concurrentie, die leidt tot lagere prijzen voor gas.

TTF uitgegroeid tot grootste gashandelsplaats in Europa
De Nederlandse virtuele gashandelsplaats TTF is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de meest toonaangevende liquide gashubs in Europa. TTF trekt, als grootste gashandelsplaats van Europa, steeds meer partijen in binnen- en buitenland naar zich toe, vooral ten behoeve van hedging activiteiten. Als gevolg hiervan is op TTF in 2016 voor het eerst meer gas verhandeld dan op het Engelse National Balancing Point (NBP), in totaal 21.468 TWh (2015: 16.684 TWh). Het fysieke (netto) volume dat via TTF door het netwerk van GTS stroomt, bedroeg in 2016 516 TWh (2015: 450 TWh). Net als in voorgaande jaren is daarmee het fysieke TTF-volume groter dan de Nederlandse gasconsumptie. Het hoogste aantal actieve  TTF-handelaren op één dag is in 2016 verder toegenomen tot 143 (138 in 2015).

Vergeleken met de andere gashandelsplaatsen in Europa is TTF in 2016 duidelijk het meest gegroeid. De bilaterale Over-The-Counter handel (OTC) nam met 20% toe van 13.706 TWh ( 2015) naar 16.607 TWh. Hiermee heeft TTF haar koppositie in de Europese OTC-handel verder kunnen uitbouwen. Ongeveer de helft van de Europese OTC-handel vindt tegenwoordig op TTF plaats. Het via gasbeurzen verhandelde TTF-segment steeg van 2.978 TWh naar 4.861 in 2016. Een stijging van meer dan 60% ten opzichte van 2015 en zelfs meer dan een verviervoudiging vergeleken met 2014.

GASPOOL
In 2016 is het verhandeld volume op de virtuele gashandelsplaats GASPOOL licht toegenomen ten opzichte van dezelfde periode in 2015, met een niveau van 1.505 TWh (2015: 1.500 TWh). De churnfactor (aantal keer dat een hoeveelheid gas gemiddeld verhandeld wordt tussen de productie en het verbruik door de afnemer) voor L-gas was 2,2 met een maximum waarde van 2,7 in augustus. De churnfactor voor H-gas nam ook licht toe naar 4,04, met een maximum van 4,9 in augustus.

Ontwikkeling Europese gasmarkt
GTS en GUD stemmen met collega netbeheerders (TSO’s) de terugloop van capaciteit over de afzonderlijke grenspunten af. Om de ontwikkeling te stimuleren van een competitieve, leveringszekere en – steeds meer - duurzame Europese gasmarkt en om de marktliquiditeit te bevorderen, wordt er door TSO’s samengewerkt. Dit gebeurt onder andere in ENTSOG (European Network of Transmission System Operators for Gas) en PRISMA European capacity platform. Binnen ENTSOG werken TSO´s aan onder andere het opstellen en implementeren van Europese netwerkcodes, het tienjarig netontwikkelingsplan en het bevorderen van transparantie.
Door gastransportdiensten te harmoniseren zijn de drempels voor (internationale) klanten zo laag mogelijk en wordt grensoverschrijdende gashandel bevorderd. Ook in 2016 hebben GTS en Gasunie Deutschland verder gewerkt aan het mede vormgeven van nieuwe Europese netwerkcodes, met name voor tariefstructuren en voor aanvullend beschikbare (incrementele) capaciteit.

Resultaten Participations

De business unit Participations houdt zich bezig met het optimaal benutten van de bestaande deelnemingen.

BBL: inmiddels 10 jaar gastransport naar het Verenigd Koninkrijk

Via de Bacton-Balgzand-leiding (BBL) is in 2016 ruim 48 TWh getransporteerd, een daling ten opzichte van vorig jaar (2015: 72 TWh) mede als gevolg van het aflopen van een van de grote transportcontracten op 1 december 2016. Op dezelfde dag bestond BBL 10 jaar. In de afgelopen 10 jaren is door de BBL 724 TWh van Nederland naar het Verenigd Koninkrijk getransporteerd, op veilige wijze en met zeer hoge beschikbaarheid van de leiding.

Nord Stream: prima operationele performance

In 2016 heeft Nord Stream een record hoeveelheid, namelijk 477 TWh getransporteerd. Dit is 12% meer dan 2015 (426 TWh).

EnergyStock: verkoop van nieuwe gasopslagdiensten

In de loop van 2016 heeft EnergyStock haar nieuwe dienstenpakket, dat klanten de mogelijkheid geeft te handelen op de virtuele handelsplaats TTF, verder in de markt kunnen zetten. Daarbij is de vrije capaciteit van EnergyStock vrijwel uitverkocht, wat laat zien dat de markt behoefte heeft aan de opslagdiensten die EnergyStock biedt. In 2016 zijn nieuwe klanten gebruik gaan maken van EnergyStock. Daarbij zijn zowel vaste prijzen gehanteerd, als prijsmechanismen waarbij Energystock meedeelt in de waarde die door de klant wordt gerealiseerd.

EnergyStock biedt door haar fast-cycle karakter specifieke en onderscheidende mogelijkheden en heeft daarmee een voordeel op de concurrenten. Toch is EnergyStock in 2016 opnieuw met druk op de prijzen geconfronteerd. Op de markt voor gasopslagdiensten is de afgelopen jaren toenemende concurrentie waarneembaar door een sterke groei van het aanbod van capaciteit voor seizoensopslag. Daarnaast zorgen met name kleinere schommelingen in de gasprijzen voor minder vraag naar de trading diensten van EnergyStock.

Gate terminal

De LNG markt is in ontwikkeling. Met name de markt voor LNG transport via grote tankers is zeer dynamisch. Als gevolg hiervan is het aantal geloste schepen in 2016 voor het eerst gedaald, naar 15 (2015:21). Daarnaast is het aantal bevoorradingen van grote tankers licht gedaald naar 12 (2015: 14), en het aantal bevoorradingen van zogenoemde small scale tankers (tot 20.000 m3) gedaald van 14 in 2015 naar 7 in 2016. Daartegenover is het aantal geladen trucks en containers is in 2016 juist gestegen naar 1.137, tegenover 788 in 2015. Deze fluctuaties hebben weinig impact op onze opbrengsten: we behalen een constante omzet voor verkochte opslagcapaciteit, met name dankzij lange termijn contracten.

Zoals gepland is de nieuwe LNG break-bulkinfrastructuur bij Gate terminal op de Maasvlakte bij Rotterdam gereed. Op 24 november vond de opening van deze uitbreiding plaats en nog in hetzelfde jaar zijn 3 small scale ladingen uitgevoerd. De LNG in deze ladingen wordt, samen met de LNG die via trucks wordt geladen, ingezet als schone en betaalbare brandstof voor de transportsector in Nederland en Noordwest-Europa.

LNG als transportbrandstof is een belangrijke stap voor de energietransitie in de scheepvaart en het vrachtvervoer over de weg. Gasunie heeft al een lange betrokkenheid bij het rijden op aardgas en vervult ook een voortrekkersrol bij het stimuleren van groen gas en bio-LNG. Door de film 'Sea Blind' mede te ondersteunen heeft Gasunie het gebruik van LNG in de grote zeescheepvaart uitstekend op de agenda gezet. Ook hierin trekken wij graag samen op met Gasunie.

Ewald Breunesse (Manager Energie Transities, Shell Nederland B.V.)

Peakshaver: verbetering van de installatie

De vorig jaar gebouwde Truck Unloading Facility is in gebruik genomen, waardoor LNG is aangevoerd in plaats van dat dit op de installatie zelf is gemaakt. De kwaliteit van de LNG is verbeterd, conform de Ministeriele regeling Gaskwaliteit, door de inhoud van één van beide opslagtanks te verversen. Om de installatie in goede conditie te houden zijn diverse investeringsprojecten uitgevoerd.
De Peakshaver is een G-gas bron. Mede door de afname van de Groningen-productie is een nieuwe dynamiek in de G-gas markt ontstaan welke ten tijde van het besluit om de Peakshaver bij Peakshaver B.V. onder te brengen niet voorzien werd. Als gevolg van de recente veranderingen in de G-gas markt is de Peakshaver, vanwege de locatie en de transport ondersteunende functie, onmisbaar voor GTS. Dit heeft tot het besluit geleid om de Peakshaver per 1 januari 2017 onder te brengen bij GTS, waardoor het asset management en de operationele aansturing de directe verantwoordelijkheid van GTS wordt.

Hoeveelheid gecertificeerd groen gas gestegen

Vertogas treedt sinds 1 januari 2015 op namens de Minister van EZ als certificeerder van hernieuwbaar gas (groen gas). Ze voert haar taak uit op basis van nieuwe energiewetgeving, waarin ook de certificering van hernieuwbare energie is opgenomen. Vertogas bevestigt met haar certificaten de groene oorsprong van hernieuwbaar gas uit biomassa.
Het volume door Vertogas gecertificeerd groen gas is in 2016 gestegen, van 71 miljoen m3 in 2015 naar bijna 81 miljoen m3 in 2016. De toename vond voornamelijk plaats als gevolg van nieuwe groen gas productie-installaties die in 2016 in het register zijn bijgeschreven.

 

Resultaten Energietransitie

Gasunie wil bijdragen aan een CO2-neutrale energievoorziening in 2050. Daarin is een maatschappelijke rol voor ons weggelegd: we willen onze kennis van en ervaring met energie- infrastructuur inzetten om de energietransitie mogelijk te maken en te versnellen. Schoon, betaalbaar, betrouwbaar. We zien de kansen en mogelijkheden op dit gebied.
Hieronder worden een aantal initiatieven genoemd waar wij aan deelnemen.

Groningen woont SLIM
Tijdens de Nationale Klimaattop op 26 oktober 2016 hebben we samen met Gemeente Groningen en Reimarkt het nieuwe CO2-reducerende initiatief van de Duurzame Energiewinkel “Groningen woont SLIM” aan minister president Rutte en staatssecretaris Dijksma gepresenteerd. Op 1 oktober 2016 is de Energiewinkel geopend, waar inwoners van de stad Groningen simpel en snel energiebesparende maatregelen kunnen aanschaffen op basis van een op maat gesneden advies. Wij werken als partner van Groningen woont SLIM mee aan de uitbreiding van het aanbod van de hybride warmtepomp.
Met hybride warmtepompen is het mogelijk in bestaande bouw het gebruik van gas zo sterk terug te dringen dat het nog benodigde volume aan gas van duurzame, hernieuwbare oorsprong kan zijn. Hierdoor wordt een volledig CO2-neutrale warmtevoorziening mogelijk voor die woningen waar all- electric oplossingen of warmtenetten economisch (nog) niet haalbaar zijn. De innovatieve Groningse aanpak kan niet alleen voor de stad Groningen, maar ook regionaal en landelijk, van grote betekenis worden bij het verduurzamen van particuliere woningen.

Groningen Versnellingstafel hybride warmtepompen
De stad Groningen heeft de ambitie energieneutraal te zijn in 2035. Op initiatief van de gemeente Groningen ondertekende Gasunie daarom, samen met 20 andere Groninger partijen, een intentieverklaring om hun energieverbruik terug te dringen en een bijdrage te leveren aan de transitie naar een CO2-neutrale regio. Deze initiatiefnemende partijen vertegenwoordigen nu 33% van het energieverbruik van de stad Groningen.

Vanuit het energieconvenant “Groningen Energieneutraal 2035” zijn diverse Versnellingstafels opgericht, waarbij partijen kennis en ervaring uitwisselen en energieprojecten helpen versnellen. In oktober 2016 sloten we ons aan bij de Groninger Versnellingstafel hybride warmtepompen. Met een groot aantal betrokken partijen is afgesproken te gaan werken aan een gezamenlijke business case voor grootschalige uitrol van hybride warmtepompen in de stad.

Gasunie is een mooi voorbeeld van een bedrijf met een ‘lange horizon’ in de energietransitie. Vandaag primair (aard)gastransport, (over-) morgen een landelijk warmtebedrijf? De nabije toekomst vraagt van ons allemaal een bijdrage aan een antwoord op het vraagstuk van verduurzaming, en dan met name de weerbarstige verduurzaming van de gebouwde omgeving. Gasunie zie ik als een bedrijf dat daarin in toenemende mate dan ook haar verantwoordelijkheid wil nemen, ondanks dat daarvoor nog veel nieuwe kennis en competenties moeten worden ontwikkeld. Daartoe staat men open voor samenwerking en ontwikkeling met vele verschillende partijen. De openheid naar externe partijen en de bereidheid om te leren als organisatie, zijn essentiële eigenschappen van het bedrijf, om de rol van Gasunie in de energietransitie tot een succes te maken.

Peter Wagener, Voorzitter Dutch Heat Pump Association (DHPA)

EN|square
In 2016 zijn we in een consortium met DNVGL, TNO, Alliander en GasTerra gestart met het EN|square project. EN|Square beoogt een marktplaats te worden waar partijen energie (wind, zon, gas, warmte) en energiefuncties (energieopslag, energieconversie en CO2-mitigatie) uitwisselen. Er is geen beperking voor wat betreft de energiedragers, zodat de energiehandel zowel elektriciteit, gas als warmte omvat. Met EN|square wordt inzichtelijk met welke specifieke eigenschappen (zon, wind, biogas, storage) de energie daadwerkelijk geproduceerd en afgenomen wordt.

Waterstofleiding in Zeeland
Dow Benelux, Yara, en ICL-IP, industriële bedrijven in de Zeeuwse Delta regio, zijn van plan om waterstof voor industriële toepassing uit te wisselen via het GTS netwerk. Dit voornemen is bekrachtigd via een Green Deal die minister Kamp van Economische Zaken samen met de betrokken partijen ondertekende. Deze Green Deal heeft als doel om waterstoftransport in dit gebied mogelijk te maken binnen het kader van onze wettelijke taak. Inmiddels hebben we alle noodzakelijke maatregelen in kaart gebracht en wordt het project voorbereid.

"In de provincie Zeeland beogen de bedrijven DOW Benelux B.V., Yara Sluiskil B.V. en ICL-IP Terneuzen hard een hoogwaardigere toepassing voor waterstof te realiseren. Het betreft een van de industriële symbiose projecten van het Smart Delta Resources Platform in de regio. De waterstof komt als bijproduct vrij in de productieprocessen van DOW en wordt momenteel grotendeels als brandstof ingezet voor de energievoorziening van bestaande processen. Het doel van de waterstof symbiose is op een hoogwaardigere manier gebruik te maken van de waterstof door deze in te zetten als grondstof in het productieproces bij Yara Sluiskil en ICL-IP Terneuzen. Het voornemen van de samenwerkende bedrijven, overheden en andere partijen is op 14 maart 2016 vastgelegd in de Green Deal “Waterstof Symbiose in de Delta Regio". Ook GTS is een belangrijke partner in deze Green Deal. De totstandkoming van de symbiose kan mogelijk plaatsvinden via een bestaande - niet in gebruik zijnde - gastransportleiding van GTS, die onder het Kanaal bij Terneuzen doorloopt vanuit Dow langs ICL-IP naar Yara. We ervaren de samenwerking met GTS in deze materie als professioneel, deskundig en zeer betrokken. Wat de samenwerking nog beter kan maken, is meer flexibiliteit aan de zijde van GTS voor creatieve oplossingen en meer anticiperen op de lange termijn planning van acties.” - Paul Broekaart - Dow Benelux, Rik Lambotte - Yara Sluiskil, Laurens Meijering - Impuls/Smart Delta Resources

Opschalen van innovatieve, duurzame energieoplossingen

Hernieuwbare gassen
We hebben in 2016 samen met verschillende partners aan lopende projecten en nieuwe initiatieven gewerkt. Deze zijn gericht op innovaties in de productie van hernieuwbaar gas. Hernieuwbare gassen of duurzame gassen zijn onder andere groen gas, afkomstig uit vergisting of vergassing van biomassa en duurzaam geproduceerde waterstof. Ze zullen in de toekomst een steeds belangrijkere rol vervullen in sectoren zoals de warmtevoorziening, het transport en industriële processen. Naar verwachting zal in 2030 in Nederland twee tot drie miljard m3 hernieuwbaar gas geproduceerd kunnen worden. Dat is vergelijkbaar met het huidige gasgebruik van ongeveer twee miljoen huishoudens.

We werken onder andere aan de ontwikkeling van een innovatieve technologie die geschikt is voor de vergassing van getorreficeerde (geroosterde) biomassa. Dat doen we in samenwerking met Torrgas, AkzoNobel en A.Hak. Een ander vergassingsproject betreft Ambigo, biomassavergassing in Alkmaar. Dit voeren we samen met ECN, Koninklijke Dahlman en het Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland (PDENH) uit en heeft als doel efficiënte biomassavergassing op industriële schaal toepasbaar te maken.

Met SCW Systems BV is in maart 2016 een overeenkomst gesloten voor samenwerking om biogas te winnen uit natte biomassa door middel van superkritische watervergassing. Bij deze technologie wordt natte biomassa (rest- en afvalstromen) omgezet in duurzaam gas en herbruikbare grondstoffen. Het systeem bootst het natuurlijk proces van het ontstaan van aardgas na. In december is gestart met de bouw van een demo vergassingsinstallatie in Alkmaar. De demonstratiefaciliteit wordt gerealiseerd om in de komende jaren - in een gefaseerd proces - de robuuste werking van de nieuwe technologie op industriële schaal aan te tonen. SCW Systems en Gasunie New Energy zijn elk voor de helft aandeelhouder van de demonstratiefaciliteit.

In het project Green Goods wordt biomassa in de vorm van gras omgezet in hoogwaardige duurzame producten zoals eiwitten voor diervoeders. Het restant wordt via een vergistingsproces omgezet in groen gas. Gasunie speelt in dit laatste proces een faciliterende rol. Samen met Cogas hebben we in 2016 Biogas netwerk Twente gerealiseerd waarbij we ruw biogas transporteren dat na opwerking als groen gas ingevoed wordt in het gasnet van Cogas. Het biogasnetwerk is zo ontworpen dat andere mestvergisters eenvoudig aangesloten kunnen worden. Op termijn kan het biogasnetwerk zorgen voor de invoeding van 40 miljoen m3 groen gas in het netwerk van Cogas.

Warmte
Op dit moment wordt een groot deel van de Nederlandse woningen en bedrijven verwarmd op aardgas. In de toekomst zal steeds vaker gebruik gemaakt worden van duurzame warmte, zoals restwarmte uit de industrie, geothermie en warmte uit groene toepassingen zoals zonneboilers en hybride warmtepompen. Deze ontwikkelingen worden ondersteund en aangemoedigd door de Rijksoverheid, in lijn met de Warmtevisie die de Minister van Economische Zaken in 2015 gepresenteerd heeft.

Wij verkennen momenteel de mogelijkheden op het gebied van grootschalige warmteprojecten die bijdragen aan de warmtevoorziening van de toekomst. We zien hierin vooral een rol als transporteur in de warmte-infrastructuur. In december 2016 tekenden we met de gemeente Groningen, Waterbedrijf Groningen en WarmteStad een intentieverklaring om te komen tot de gezamenlijke ontwikkeling van een warmtenet in het noordwesten van de stad Groningen.
In Zuid-Holland loopt het Project Warmte Zuid-Holland Cluster West met Havenbedrijf Rotterdam en het warmtebedrijf Westland.

Systeemintegratie
Het aanbod van duurzame energie afkomstig van zonnepanelen en windturbines valt niet altijd samen met de vraag naar energie. Bij het ontbreken van opslagcapaciteit kan dit leiden tot kostbaar verlies van energie. Er is een slim energiesysteem nodig dat hierin balans brengt en waarin verschillende energievormen en -technologieën elkaar kunnen versterken. Zo kan er gebruik worden gemaakt van verschillende conversiemogelijkheden waarbij energiedragers in elkaar worden omgezet, en van opslagmogelijkheden. Het gassysteem kan hierbij een belangrijke rol blijven vervullen.

Gasunie maakt zich sterk voor een drastische CO2-reductie in de gebouwde omgeving in 2050. De inzet van gas beperkt zich daarbij tot het opvangen van de piekvraag en als back up. Gasunie New Energy is daarom betrokken bij verschillende conversiemethoden.
In Delfzijl nemen we deel aan de bouw van een power-to-gas installatie. Deze installatie maakt gebruik van zuurstof die vrijkomt bij de elektrolyse in het vergassingsproces van Torrgas.

Inzicht in duurzame energie productie
In november 2016 lanceerden we samen met de SER borgingscommissie Energieakkoord, TenneT, Netbeheer Nederland, EnTranCe en de Rijksuniversiteit Groningen de website www.energieopwek.nl. Hier is op ieder moment van de dag te zien hoeveel duurzame energie er uit wind, zon en biogas in Nederland wordt geproduceerd. Voor het eerst komt informatie over de productie van duurzame energie op één plek realtime beschikbaar.

Dilemma – Investeren in de Energietransitie
We willen bijdragen aan de energietransitie. Dat doen we onder andere door het opschalen van innovatieve technologieën zoals biomassa conversie, power-to-gas, warmtenetten, en CCS. De beschreven resultaten laten de successen zien die we afgelopen jaar hebben bereikt. Tegelijkertijd is de markt voor duurzame energieoplossingen rondom gas nog relatief jong en daarmee risicovol.
Er zijn veel technisch interessante initiatieven, maar slechts een beperkt aantal projecten wordt financieel rendabel. Daardoor hebben we te maken hebben met aanloopverliezen. Bij de keuze om te investeren moeten we dan ook altijd de afweging maken tussen risico en financieel en maatschappelijk rendement.

Resultaten Veiligheid

Veiligheidsbeleid

Veiligheid voor onze medewerkers en onze omgeving is een belangrijke randvoorwaarde bij het uitvoeren van onze werkzaamheden. Het zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving en het minimaliseren van (milieu)risico’s voor de omgeving heeft daarom prioriteit.
We rapporteren periodiek over onze veiligheidsprestaties en we voeren stelselmatig analyses uit. Zo kunnen we deze prestaties het beste monitoren. We leren voortdurend en streven altijd verbetering na. We hebben onder andere kritische prestatie-indicatoren opgesteld ten aanzien van ongevallen met een medische handeling en het aantal leidingbeschadigingen. De resultaten worden meegenomen in onze collectieve targets omdat we vinden dat alle medewerkers hierin een verantwoordelijkheid hebben.

Er kan op verschillende manieren naar veiligheid worden gekeken: Arbeidsveiligheid, technische veiligheid, externe veiligheid en procesveiligheid. Deze hebben allemaal een relatie met elkaar.

  • Arbeidsveiligheid heeft te maken met de veiligheid van onze eigen medewerkers en aannemers. Deze kan o.a. in het geding komen bij een foutieve menselijke handeling, een integriteitsprobleem of een leidingbeschadiging door werkzaamheden.
  • Technische veiligheid heeft betrekking op de integriteit van de infrastructuur van Gasunie. Om die goed te kunnen waarborgen, is het van groot belang dat de infrastructuur op de juiste wijze wordt ontworpen, aangelegd en onderhouden.
  • Bij externe veiligheid gaat het om de invloed die de infrastructuur van Gasunie kan hebben op de omgeving. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ondergrondse gasleidingen die beschadigd kunnen raken door werkzaamheden van grondroerders.
  • We willen de risico’s van het ongecontroleerd vrijkomen van gevaarlijke stoffen en/of energie beperken. Bij gastransport gaat het hierbij met name om aardgas dat onder hoge druk wordt vervoerd, aardgascondensaat, stikstof en odorant. We spreken dan over procesveiligheid.

Door onder andere een foutieve menselijke handeling, een integriteitsprobleem of een leidingbeschadiging door werkzaamheden is het mogelijk dat de veiligheid van eigen medewerkers, aannemers of indirect betrokkenen in het geding komt. Veiligheid is een belangrijke indicator voor de kwaliteit van ons werk en wij willen voor onze prestaties op dit gebied bij de beste internationale gasinfrastructuurbedrijven horen. Volgens Europese benchmarks met vergelijkbare gastransportondernemingen, uitgevoerd door het Europese Marcogaz (de belangenorganisatie van de gasindustrie op het gebied van techniek), presteren we goed binnen onze referentiegroep. De belangrijkste veiligheidsresultaten zijn hieronder weergegeven.

Resultaten veiligheid 2016

Aantal ongevallen en verzuim
In 2016 hebben zich 47 (2015: 44) ongevallen voorgedaan waarvan 19 (2015: 22) reportable ongevallen. Dit geeft een Total Reportable Frequency Index (TRFI) van 3,5 (2015: 3,7). Bij 10 ongevallen was er sprake van verzuim (2015: 8).

Door de afname van het aantal projecten bij Gasunie Deutschland zien wij dat het aantal reportable ongevallen daar is afgenomen van 5 naar 1 terwijl bij Gasunie Nederland een lichte toename is te zien: van 17 naar 18. Ook de afname van het aantal gewerkte uren (hetgeen van belang is voor de berekening van de Total Reportable Frequency Index) met ongeveer 10%, is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de afname van het aantal projecten bij Gasunie Deutschland.


TRFI Gasunie Nederland + Deutschland

Aantal reportable ongevallen


Leidingbeschadigingen
Er heeft zich in 2016 1 leidingbeschadiging voorgedaan door een mechanische handeling (2015: 5) die in potentie had kunnen leiden tot het bezwijken van de leiding. Een grondroerder heeft tijdens graafwerkzaamheden een Gasunie-leiding geraakt.

Totaal aantal leidingbeschadigingen

Incidenten met gasuitstroom hebben zich in 2016, evenals in 2015, niet voorgedaan.

Om de integriteit van ons leidingsysteem te waarborgen inspecteren wij jaarlijks planmatig een deel van ons leidingsysteem. In 2016 hebben wij 218 kilometer leiding intern en 85 kilometer extern geïnspecteerd.


Safe@Gasunie

Met het programma ‘Safe@Gasunie’ streven we in de komende jaren naar betere veiligheidsprestaties en een betere borging van veiligheid in alle onderdelen van onze organisatie. Het programma richt zich op procedures en naleving, procesgerichte samenwerking en contractor management. Ook is gekeken naar de manier waarop schakelplannen (voor schakelingen van gasleidingen) tot stand komen en naar mogelijke verbeteringen in het proces. Als gevolg van de vele instandhoudingsprojecten worden er veel gasklussen uitgevoerd en moeten er dus veel schakelplannen worden gemaakt. Bij dit complexe proces zijn verschillende afdelingen van GTS, Operations & Projects en Veiligheid betrokken. Naar aanleiding van ervaringen in de praktijk is het proces nogmaals beoordeeld. Inmiddels zijn de meeste verbeteringen doorgevoerd waardoor het uitvoeren van gasklussen nog beter en dus veiliger kan verlopen.


Onder de noemer “Veilig Werken? Zeker Weten!” wordt het toepassen van de Last Minute Risico Analyse (LMRA) bevorderd. Medewerkers die de veiligheidssituatie hebben beoordeeld voor ze aan het werk gingen en die hebben ingegrepen bij een onveilige situatie of onveilig gedrag, mogen een bedrag van € 500 doneren aan een goed doel naar eigen keuze. Uitgangspunt is dat het goede doel voldoet aan de criteria die Gasunie daarvoor hanteert. Zowel medewerkers van Gasunie in Nederland en Duitsland, als medewerkers van derden die in onze opdracht werkzaamheden verrichten, hebben meegedaan met de actie. In totaal zijn in 2016 11 acties beloond.

Op veel fronten wordt gewerkt aan minder in het oog springende activiteiten zoals het optimaliseren van het procedurebouwwerk, uitgave van Safety Alerts, procesgericht auditen en het vergroten van betrokkenheid van aannemers bij veiligheid.

Resultaten Milieu & Omgeving

Minimaliseren van de invloed op onze omgeving

Een aantal van onze bedrijfsactiviteiten beïnvloeden het milieu. Denk aan het bouwen en onderhouden van leidingen en installaties en het op druk brengen, transporteren en mengen van aardgas. Zo worden door onderhoudsactiviteiten en door de apparatuur op onze installaties aardgas geëmitteerd. Daarnaast is voor gastransport energie nodig die indirecte emissie veroorzaakt. Voor onderhoud hebben we bepaalde stoffen nodig die van invloed zijn op het milieu. Ook onze kantoorwerkzaamheden hebben invloed hierop, zij het in beperkte mate. Wij proberen de invloed van onze bedrijfsactiviteiten op onze omgeving (footprint) zoveel mogelijk te beperken.

Om ervoor te zorgen dat we in relevante bedrijfsprocessen goed rekening houden met het milieu, hebben we ons milieuzorgsysteem ingericht volgens de ISO 14001-norm. Elk jaar wordt de werking van ons milieumanagementsysteem door een extern auditbureau gecontroleerd. Ook in 2016 leidde dit weer tot een positief resultaat.

Footprintreductie

CO2-emissies
We hebben onze collectieve doelstelling op het gebied van footprintreductie (een reductie van 20 kiloton CO2 ) in 2016 gehaald. Deze doelstelling is gehaald door het nemen van maatregelen binnen onze eigen operationele werkzaamheden (scope 1). We beperken onze CO2-uitstoot op verschillende manieren, onder andere door het opsporen en verhelpen van zogenaamde sluipende lekkages.

Methaanemissies
Onze methaanemissies waren in 2016 (6.868 ton) lager dan de uitstoot in 2015 (7.205 ton). Deze daling wordt met name veroorzaakt doordat we op diverse installaties sluipende lekkages hebben gerepareerd. Dat doen we als onderdeel van een omvangrijk ‘leak detection and repair’ (LDAR)- programma.

Hercompressie en affakkelen bij leidingwerkzaamheden
Wij gebruiken al enige jaren een mobiele hercompressie-unit waarmee we gas, dat anders zou moeten worden afgeblazen, hercomprimeren en in een andere leiding overbrengen. Zo hoeven we minder gas af te blazen. In 2016 hebben we 1,4 miljoen m3(n) aardgas gehercomprimeerd, waarmee we een uitstoot van circa 20 kiloton CO2-equivalenten hebben voorkomen. We hebben in 2016 naar schatting bijna € 0,4 miljoen bespaard op aardgaskosten door de inzet van de mobiele hercompressor.

Monetaire waarde CO2 - emissies
Door de milieu-effecten van CO2-emissies in financiële waarde uit te drukken (te “monetariseren”) wordt op een andere wijze inzichtelijk wat de impact is op de maatschappij. Deze maatschappelijke kosten van kunnen worden berekend aan de hand schaduwprijzen, die zijn bepaald door CE Delft.

Met de schaduwprijs per kilogram CO2 (€ 0,025) impliceert 739 kton CO2 – equivalent zo’ n € 18,5 miljoen aan maatschappelijke kosten. Dankzij de besparing van 27,7 kton in 2016 zijn onze schaduwkosten afgelopen jaar met bijna € 0,7 miljoen verminderd.

Inkoop groene energie
De overheid wil het aandeel duurzame energie in Nederland laten groeien: in 2050 moet de energievoorziening helemaal CO2-neutraal zijn. Wij voelen als staatsdeelneming daarin een bijzondere verantwoordelijkheid.

Het grootste deel van ons energieverbruik komt voort uit de exploitatie van onze installaties. We verbruikten in 2016 ruim 686 GWh elektriciteit, voornamelijk voor de productie van stikstof en het aandrijven van onze compressoren. Het elektriciteitsverbruik is sterk gestegen door de veel grotere vraag naar stikstof als gevolg van de verminderde gasproductie vanuit het Groningenveld. Het verbruik zal verder toenemen als de benodigde productie van stikstof in de toekomst verder stijgt.
Daarnaast zien we een stijging in elektriciteitsverbruik door de in 2015 geïmplementeerde regelgeving die vereist dat gascompressoren maximaal vijfhonderd uur mogen draaien op jaarbasis. Nieuwe compressoren draaien doorgaans op elektriciteit.

Als staatsdeelneming willen we verantwoord omgaan met onze middelen. Echter, vanuit het belang van duurzame energievoorziening, vergroenen we vanaf 2016 ieder jaar 20% van ons elektriciteitsverbruik. Met ingang van 2021 plannen we om dan ons gehele verbruik van elektriciteit vergroend, door middel van aankoop van Garanties van Oorsprong op basis van Europese wind. Daarnaast kopen we sinds enkele jaren groen gas in voor onze kantoren (800.000 m3/jaar).

Gezamenlijke inspanning footprintreductie binnen de keten
Het initiatief Fair Infra, in 2015 samen met Enexis, Alliander, Stedin, TenneT, KPN, Fair Infra en ProRail is opgestart om onze netwerken te vergroenen is in 2016 voortgezet. Via het platform “Groene Netten” werken we gezamenlijk toe naar een significante verlaging van ons periodieke energieverbruik. Dat gaan we doen door meer gebruik te maken van duurzame, opgewekte energie en efficiënter energietransport over de netten. De kennis daarover brengen wij in dit verband in zodat ook anderen deze kunnen benutten.

Daarnaast zijn we voorzitter van de werkgroep Methaan Emissies. Deze werkgroep is gestart vanuit Marcogaz en heeft ten doel ‘best practices” te delen, te publiceren en voor te stellen om methaan emissies te beperken of voorkomen. Deze groep werkt bovendien aan een methode om informatie over methaanemissies te rapporteren en verzamelt data om de totale uitstoot van de methaan emissie binnen Europa van transmissie- en distributienetwerken, aardgasopslag en LNG te kunnen vaststellen. Het verzamelen en het correct rapporteren van de methaanemissies binnen de EU zal een geloofwaardige, representatieve positie met betrekking tot de methaanemissies richting beleidsmakers betekenen.

Energie Efficiency
In het kader van de “Richtlijn Energie Efficiëntie” heeft GTS een energie-audit op haar installaties uitgevoerd. Hierbij is gebruikgemaakt van de norm voor Energie Management, de EN-ISO 50001:2011.

Om dit op een zo efficiënt mogelijke wijze uit te voeren heeft GTS ervoor gekozen om voor een aantal specifieke installaties een diepgaande doorlichting van het energieverbruik en besparingspotentieel uit te voeren. Deze installaties zijn vervolgens als representatief aangemerkt voor de overige installaties binnen deze specifieke categorie. Daarnaast heeft GTS een analyse uitgevoerd bij alle installaties om te kijken hoe het energieverbruik over de verschillende onderdelen is verdeeld. Uit het onderzoek is een aantal energiebesparingsmaatregelen geïdentificeerd die op haalbaarheid zullen worden getoetst. Voorbeelden hiervan zijn onder andere het vergroten van de pers- en zuigleidingen op station Wieringermeer en onderzoek naar het verlagen van de uitlaattemperatuur van de verwarmingsketels.

CO2 – emissies volgens het GHG Protocol

We rapporteren volgens de standaard van het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol). Dit protocol voor broeikasgassen onderscheidt verschillende categorieën (scopes), gerangschikt naar herkomst van het broeikasgas.

Scope 1
Hieronder vallen alle emissies die direct het gevolg zijn van onze eigen activiteiten, zoals de CO2-uitstoot van gasgestookte compressoren en motoren die voor de compressie worden ingezet, eigen gasverbruik voor verwarming van gebouwen en eigen gasverbruik voor de verwarmingsketels op gasontvangstations. In deze categorie worden ook de CO2-equivalenten door methaanuitstoot meegenomen. Binnen deze categorie valt ook de emissie van fluorkoolwaterstoffen (HFK’s), die worden gebruikt bij koelingsprocessen.

Scope 2
Onder scope 2 vallen de indirecte emissies van de energie die is ingekocht, bijvoorbeeld van een elektriciteitsbedrijf. Voor ons bedrijf worden deze scope 2 CO2-equivalenten met name bepaald door het gebruik van elektriciteit voor onze elektrische compressoren en voor de productie van stikstof. Ook de elektriciteit die we verbruiken op onze kantoren en installatiegebouwen valt binnen deze categorie.

Scope 3
Hieronder vallen alle overige indirecte emissies die het gevolg zijn van onze bedrijfsactiviteiten, bijvoorbeeld emissies als gevolg van autorijden, vliegreizen en treinreizen en ook de benodigde energie voor de productie van de door ons ingekochte stikstof.

De totale CO2-equivalentemissie is in 2016 hoger dan de emissie van 2015 (739 kiloton) versus 662 kiloton). Ondanks dat we in scope 2 reeds 20% groene elektriciteit hebben ingekocht, wordt de stijging met name veroorzaakt door een toename van de hoeveelheid stikstof die we zelf hebben geproduceerd. In 2016 is de hoeveelheid gas vanuit het Groningenveld afgenomen en daardoor neemt de inname van het H-gas toe. Om het H-gas op de gewenste kwaliteit te brengen is stikstof nodig, waarvoor elektriciteit benodigd is. Naast een toename van de CO2-equivalenten als gevolg van eigen stikstofproductie, is ook meer stikstof ingekocht van derden (scope 3).

Afval

Als netbeheerder is de hoeveelheid afval dat we afvoeren afhankelijk van de projecten die we uitvoeren. Daarbij wordt onder andere staal en bouw- en sloopafval afgevoerd.
Gasunie probeert afval zoveel mogelijk te voorkomen door te werken volgens de ladder van Lansink. Deze methode geeft voorkeur aan hergebruik en recycling boven het verbranden of storten van afval. Recent is door Ecofys een onderzoek uitgevoerd naar de afvalstromen van Gasunie. Uit dit onderzoek zijn concrete aanbevelingen naar voren gekomen waarmee we de impact van onze footprint met betrekking tot afval kunnen beperken. De aanbevelingen uit dit rapport worden in 2017 ter hand genomen.

De tabel hierna geeft een overzicht van de hoeveelheden gevaarlijk en niet- gevaarlijk afval dat de afgelopen vijf jaar door Gasunie is afgevoerd. Het gevaarlijk afval van Gasunie bestaat o.a. uit verontreinigd metaal, asbesthoudend materiaal, oliewater/slib mengsels, condensaat en teer houdend afval.

Afval (in ton) 2012 2013 2014 2015 2016
Gevaarlijk afval          
Gasunie Nederland 2632 4233 5833 8378 6432
Gasunie Deutschland 50 41 47 81 24
Niet gevaarlijk afval          
Gasunie Nederland 22495 16029 18288 14454 10605
Gasunie Deutschland 585 127 130 162 148

De afvalstromen grond en stenen, puin en metalen hebben het grootste aandeel in de samenstelling van ons afval. In de volgende grafiek is de samenstelling van het Gasunie-afval in Nederland weergegeven:

Maatschappelijke betrokkenheid

Onze activiteiten vinden plaats ten behoeve van en in de samenleving om ons heen. Daarom staan veilig en betrouwbaar gastransport en de bevordering van efficiënt gasgebruik centraal in ons beleid. Naast het uitvoeren van onze werkzaamheden als gasinfrastructuurbedrijf willen we méér doen voor de maatschappij. Dat geven we op verschillende manieren vorm waarvan we hier een aantal voorbeelden geven.

Sponsoring en donaties
Vanuit goed nabuurschap sponsoren we activiteiten en evenementen in Nederland en Duitsland waar we actief zijn. We hebben een interne commissie die per kwartaal de toewijzingen/afwijzingen toetst aan de hand van onze toewijzingscriteria, die we deels hebben gepubliceerd op onze website. In 2016 hebben we € 276.300 (2015: € 256.459) besteed aan sponsoring en donaties (69 projecten). Gasunie heeft een lange sponsorrelatie met het Groninger Museum. Ook sponsoren we sinds 2016 het Peter de Grote festival.

In Duitsland hebben we onder andere een groot evenement voor jeugdige gehandicapte sporters gesponsord, de Sportivationstage, waaraan meer dan 4.700 schoolkinderen deelnemen. Ook collega’s van Gasunie Deutschland namen deel aan de organisatie als vrijwilliger. Daarnaast sponsoren we rolstoelbasketbalteam Hannover United. Ook geven we lezingen op middelbare scholen en universiteiten en stellen we regelmatig ons hoofdkantoor en onze cateringfaciliteiten ter beschikking aan voor ons relevante (studenten)organisaties.

Initiatieven van medewerkers
We dragen maatschappelijke activiteiten van medewerkers een warm hart toe en ondersteunen deze, soms in de vorm van sponsoring. Ook in 2016 hebben wij evenementen ondersteund die gekoppeld waren aan een goed doel. Bovendien zijn veel medewerkers letterlijk in beweging gekomen, zoals de 4 Mijl van Groningen, de Walk voor Life, de KWF Samenloop voor Hoop en de Groningen Swim Challenge. Daarnaast deden 98 collega’s in het voorjaar mee met de Low Car Diet. Dat is de grootste mobiliteitswedstrijd van Nederland met als doel een maand lang zo duurzaam mogelijk te reizen.

Samen met collega’s energie besparen
Op 1 juli 2016 hebben medewerkers samen met Buurkracht de ‘virtuele Gasuniebuurt’ opgezet, de eerste virtuele Buurkracht community in Nederland. In deze Gasuniebuurt kunnen medewerkers bespaartips uitwisselen, meer inzicht krijgen in hun energieverbruik en gezamenlijk energieacties uitwerken, zoals de aanschaf van een slimme meter of een hybride warmtepomp. Inmiddels hebben enkele kleine 200 collega’s zich aangesloten bij de virtuele Gasuniebuurt. Dit initiatief is een vervolg van de acties “Speur de energieslurper!” en “Check je warmtelek!”, gericht om het eigen energieverbruik van apparatuur thuis te meten en te verlagen én eventuele warmtelekken op te sporen.

Energy Challenge
Binnen de Energy Valley Topclub organiseren we ‘Energy Challenges’. Hierin worden jongeren uit het basis- en voortgezet onderwijs uitgedaagd om op eigen wijze campagne te voeren voor energiebesparing en duurzaamheid op hun school en in hun omgeving. Aan de Energy Challenges 2015/2016 hebben leerlingen van 14 scholen uit de provincie Groningen meegedaan. De leerlingen van de Bisschop Bekkerschool werden door Groningse gedeputeerde Nienke Homan als winnaar uitgeroepen, omdat zij de beste energiecampagne hebben vormgegeven en uitgevoerd. Door alle leerlingen werd in totaal voor ruim € 19.000 aan energie bespaard.

Gasunie neemt deel aan Greendeal Infranatuur
In 2016 hebben verschillende partijen, onder andere overheden, infrabeheerders, ingenieursbureaus en De Vlinderstichting, de Green Deal Infranatuur getekend met als doel: vergroten van bewustwording over biodiversiteit in relatie tot de Nederlandse infrastructuur. De organisaties zetten gezamenlijk hun ervaring en kennis in om biodiversiteit in hun eigen werkgebied vanzelfsprekender te maken. Op deze manier kan de infrastructuur een grote betekenis krijgen voor een duurzamere leefomgeving waar mens en natuur beide voordeel van hebben.

Resultaten Medewerkers

Onder Trends & Ontwikkelingen hebben we toegelicht welke ontwikkelingen op de arbeidsmarkt van invloed zijn op ons bedrijf en medewerkers. Om hier bedrijfsmatig rekening mee te kunnen houden, en om medewerkers goed voor te kunnen bereiden op toekomstige veranderingen, hebben we het afgelopen jaar de aanzet gegeven voor het herinrichten van onze arbeidsvoorwaarden, het aanpassen van het beloningsbeleid op diverse punten en het opzetten van een programma voor duurzame inzetbaarheid.

Duurzaam HRM- en Arbeidsvoorwaardenbeleid

We willen samen met bonden en ondernemingsraad een evenwichtig en toekomstgericht arbeidsvoorwaardenpakket samenstellen, gebaseerd op gemeenschappelijke uitgangspunten, voor de komende 5-7 jaar. We zijn in 2016 verdergegaan op de in 2015 ingeslagen weg, vanuit een gezamenlijke dialoog met bonden en ondernemingsraad. Daarbij hebben we bovenstaande ontwikkelingen in onze omgeving meegenomen en deze vertaald in een pakket van maatregelen op het gebied van arbeidsverhoudingen en relaties, duurzame inzetbaarheid (DI), werkplezier en beloning & productiviteit.

Duurzame inzetbaarheid

We willen een flexibele organisatie zijn, die kan inspelen op de snel veranderende omgeving. Daarvoor hebben we medewerkers nodig die niet alleen nu, maar ook in de toekomst bevlogen en productief hun werk doen en daarmee blijvend van toegevoegde waarde zijn voor ons bedrijf of elders, ofwel ‘duurzaam inzetbaar’ zijn. In 2016 heeft een team van veertig medewerkers een programma samengesteld waarmee medewerkers hieraan invulling kunnen geven. Het richt zich op vier thema’s: vitaliteit, werksituatie, loopbaan en flexibiliteit, die nader zijn uitgewerkt in concrete opties, waaronder coaching, omscholing en loopbaanadviesgesprekken. Het programma wordt deels door medewerkers zelf, deels door het bedrijf gefinancierd. Vanaf 1 januari 2017 kunnen medewerkers hiermee aan de slag. Het pakket is een startpunt en zal in de loop van de tijd worden aangepast en uitgebreid, al naar gelang de behoeftes.

Training & ontwikkeling

We geloven in ‘een leven lang leren’. We vinden het belangrijk dat onze medewerkers zich gedurende hun loopbaan kunnen ontwikkelen en verder kunnen groeien – ook dat bevordert de duurzame inzetbaarheid. We bieden medewerkers de mogelijkheid opleidingen en trainingen te volgen, waaronder individuele maatwerkprogramma’s. Dit betreft reguliere (bedrijfs)opleidingen die bestaan naast het programma voor duurzame inzetbaarheid. We besteedden in 2016 € 3,2 miljoen aan opleidingen, cursussen en trainingen.

Beloning naar resultaat

In 2016 zijn alle medewerker onder de cao gebracht in overleg met de bonden. In 2016 is een cao- verhoging overeengekomen van 0,8%. Vanaf 2017 zijn de collectieve targets afgeschaft, omdat we onze medewerkers op een andere manier willen stimuleren. De medewerkers zijn gecompenseerd voor het afschaffen van de collectieve targets. We werken sinds 2016 met groepen medewerkers aan thema’s die te maken hebben met het realiseren van de collectieve targets van onze Raad van Bestuur, onze strategie en het hierin ondersteunende duurzame HRM- en arbeidsvoorwaardenbeleid. Dit doen onze medewerkers in zogenaamde “dynamo”-teams, waarin managers en medewerkers gelijkwaardig samen in korte tijd een concreet thema uitwerken. Wij verwachten dat onze medewerkers in de toekomst meer in dit soort teams samenwerken aan afdelingsoverstijgende doelen, vanuit intrinsieke motivatie. Dat maakt hun werk leuker en het bedrijf beter.

Deelname aan het dynamoteam Duurzaam Inzetbaarheid heeft mij een kans gegeven mee te denken en praten over dit actuele onderwerp. De Dynamobijeenkomsten waren constructieve, leuke en inspirerende sessies wat uiteindelijk heeft geleid tot een mooi eindresultaat.

Angelique Campagne (Assistent Controller, Gasunie)

Collectieve targets cao-medewerkers

Collectieve targets cao-medewerkers
  Target 2016 Realisatie 2016
1. Veiligheid >= 7,5 8,2
Aantal reportables <= 3,7 3,5
Leidingbeschadigingen < 6 1
2. Leveringszekerheid    
Transportonderbrekingen 0 2
3. Maatschappelijk verantwoord ondernemen    
Beperken CO2-emissie >20 kton 27,7 kton

Voor medewerkers die in 2016 nog een individuele arbeidsovereenkomst hadden, bestond naast bovenstaande doelstellingen een financieel target: een reductie van de netto operationele kosten met € 5 miljoen of meer (volledig gerealiseerd) en een return on invested capital van 5,94% of meer (grotendeels gerealiseerd). Ook de Individuele targets worden per 1 januari 2017 afgeschaft. We hanteren hiervoor een afbouwregeling.

Gezondheid en welzijn

We streven naar een zo laag mogelijk ziekteverzuim. Het percentage werkverzuim door ziekte bij Gasunie in Nederland bedroeg in 2016 3,97% (in 2015: 3,15%). Uit nader onderzoek is gebleken dat deze stijging volledig wordt veroorzaakt door toename van het langdurig verzuim (meer dan 42 dagen) met een niet-werkgerelateerde fysieke oorzaak. Die oorzaak is in de regel niet beïnvloedbaar. Wij proberen de duur van het verzuim te verkorten door optimale re-integratie mogelijkheden te bieden. Het landelijke gemiddelde in Nederland bedroeg voor 2015 3,9%. Voor 2016 is dit cijfer nog niet bekend op het moment van het verschijnen van dit verslag.

In Duitsland was het ziekteverzuimpercentage afgelopen jaar 4,15% (in 2015: 3,65%). In 2016 heeft 40,5% van onze werknemers in Nederland zich geen enkele maal ziek gemeld (het zogenoemde nul-verzuim). In 2015 bedroeg dit percentage 45,2%. Medewerkers van veertig jaar en ouder krijgen elke vier jaar de mogelijkheid om deel te nemen aan een periodiek medisch onderzoek.

Indicator Eenheid 2015 2015 2016 2016
    GUN GUD GUN GUD
Ziekteverzuimpercentage (totaal) Procenten 3,1 3,6 3,97 4,15
- kortdurend verzuim Procenten 0,8 1,1 0,8 1,36
- middellang verzuim Procenten 0,6 1,2 0,7 1,02
- langdurig verzuim Procenten 1,7 1,3 2,4 1,77
Nulverzuimpercentage Procenten 45,2 - 40,5 -
Ziekteverzuimfrequentie Frequentie 1 1,9 1,14 2,19
Arbeidsgerelateerd verzuim (opgave door medewerker) Aantal 21 - 27 -
Melding aan Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCB) Aantal 1 - 0 -

Gelijke kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt

We proberen actief mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan te trekken. We werken mee aan verschillende externe initiatieven die bewustwording op het gebied van arbeidsdiversiteit versterken.

In 2015 zijn we begonnen met de implementatie van de Participatiewet. De wet heeft als doel om in 2026 100.000 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij reguliere werkgevers aan het werk te krijgen. In het kader van deze wet zijn in 2016 tien mensen die vallen onder de doelgroep van de Participatiewet bij ons bedrijf werkzaam geweest. In deze groep vallen zowel mensen met een fysieke als met een verstandelijke beperking. Een deel van deze groep betreft mensen met een Wajong uitkering. Er zijn in 2016 vijf Wajongers extra aangetrokken, waarmee in totaal acht Wajongers werkzaam zijn geweest bij Gasunie afgelopen jaar. Ervan uitgaande dat een Wajong- uitkering ongeveer € 1.100 per maand betreft, komt dit overeen met een monetaire waarde van € 8.800 per maand aan maatschappelijke kosten die we op deze manier verminderen. In de komende jaren zullen we deze inzet nog verder uitbreiden, in lijn met de afspraken uit het sociaal akkoord, om onze doelstelling voor 2026 te behalen.

Daarnaast zijn we een pilot gestart met een school voor kinderen met een beperking. Ook hebben we veelvuldig overlegd met andere bedrijven in de regio om kennis te delen en ideeën op te doen. Verder willen we gemiddeld per jaar zeven extra plekken in ons bedrijf vinden voor mensen met een arbeidsbeperking. Daarnaast werken we mee aan initiatieven die jeugdwerkeloosheid willen tegengaan, door het aanbieden van werkervaringsplekken.

Gedragscode

We hebben een gedragscode, waarin staat wat we van onze medewerkers verwachten op het gebied van integer handelen. Daarin zijn onder andere voorschriften opgenomen ten aanzien van respectvol omgaan met collega’s, ethiek, omkoping/corruptie, het gebruik van drank en drugs, omgaan met commercieel gevoelige informatie, gebruik van social media en telefoneren tijdens het autorijden. Gemelde inbreuken op deze code in 2016 zijn aan de orde gesteld en er zijn maatregelen genomen door ons management. In 2016 hebben we nul gevallen van omkoping of corruptie geconstateerd.

Melden van misstanden
In 2016 is geen melding gemaakt van een ‘vermoeden van een misstand’ door onze werknemers. In 2016 hebben we vier van onze collega’s opgeleid tot vertrouwenspersoon. Onze medewerkers kunnen bij hen anoniem en vertrouwelijk vermoedens van misstanden melden, waaronder bijvoorbeeld corruptie, fraude, pesten of intimidatie. In een vrijblijvend gesprek wordt gezamenlijk overlegd of actie al dan niet gewenst is, en op welke manier dat gestalte zou moeten krijgen.

Financiële resultaten

Gerapporteerde kerncijfers

Gerapporteerde kerncijfers
In € miljoenen 2016 2015
Opbrengsten 1 548 1 631
Totale lasten -/- 1.265 -/- 845
     
Bedrijfsresultaat 283 786
Financiële baten en lasten Resultaat deelnemingen -/- 125 -/- 132
Resultaat deelnemingen 61 71
     
Resultaat voor belastingen 219 724
Belastingen -/- 36 -/- 171
     
Resultaat na belastingen 183 553

Opbrengsten

De opbrengsten zijn in 2016 met € 83 miljoen afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Deze afname wordt met name veroorzaakt door efficiency-kortingen die door de toezichthouders in Nederland en Duitsland zijn opgelegd en lagere capaciteitsverkopen. Daarnaast zijn begin dit jaar enkele lange termijncontracten afgelopen in de niet-gereguleerde business, die tegen lagere contractwaarden zijn verlengd. Deze effecten hebben grotere impact op de daling van € 83 miljoen, omdat in 2015 nog sprake was van een gedeeltelijke terugbetaling van de opbrengsten uit hoofde van de geleverde WQA (Wobbe Quality Adaption) – diensten.

Bedrijfsresultaat

Het bedrijfsresultaat is gedaald met € 503 miljoen. De belangrijkste reden voor de daling is een impairment van € 450 miljoen. Deze impairment is het gevolg van het nieuwe methodebesluit voor GTS vanaf 2017. Op basis van de parameters in dit methodebesluit neemt de verdiencapaciteit van onze gereguleerde assets zodanig af, dat dit een impairment noodzakelijk maakt.

Exclusief deze impairment is de daling € 53 miljoen (zie tabel Genormaliseerd). De eerder genoemde daling van opbrengsten is voor een groot deel gecompenseerd door lagere lasten. De daling van de lasten wordt onder andere veroorzaakt doordat in 2015 een toevoeging aan de voorziening van € 22 miljoen is gedaan om onze infrastructuur in Groningen en omgeving beter aardbevingbestendig te maken. Daarnaast zijn de operationele kosten lager door maatregelen uit ons Operational Excellence programma en een afname van ons projectenportfolio, ondanks de voorbereidingskosten van € 11 miljoen voor de eventuele bouw van een stikstoffabriek.

Ondanks een toename van de inzet van stikstof bij de conversie van hoog- naar laagcalorisch gas als gevolg van een verdere daling van de productie uit het Groningenveld, is er in 2016 sprake van lagere totale energiekosten voor het gastransport. Dit is met name het gevolg van lagere energieprijzen ten opzichte van vorig jaar.

Resultaat na belastingen

Het resultaat na belastingen is afgenomen met € 370 miljoen ten opzichte van vorig jaar. Exclusief de impairment (genormaliseerd) bedraagt deze afname € 32 miljoen. Tegenover de daling van het bedrijfsresultaat staan lagere financiële lasten en lagere belastinglasten. De financiële lasten zijn afgenomen als gevolg van lagere rentelasten op de nieuw uitgegeven obligatieleningen. De belastinglasten zijn gedaald vanwege verminderde omzet en als gevolg van toepassing van de fiscale faciliteit innovatiebox.Het resultaat deelnemingen is afgenomen vanwege een lager resultaat bij één van onze joint ventures als gevolg van lagere tarieven.

Genormaliseerde kerncijfers

Genormaliseerde kerncijfers
In € miljoenen 2016 2015
Opbrengsten 1 548 1 631
Totale lasten *) -/- 815 -/- 845
     
Bedrijfsresultaat 733 786
Financiële baten en lasten -/- 125 -/- 132
Resultaat deelnemingen 61 71
     
Resultaat voor belastingen 669 724
Belastingen -/- 148 -/- 171
     
Resultaat na belastingen 521 553

*) Genormaliseerd voor de effecten van de impairment in 2016 (€ 450 miljoen)

Investeringen

In 2016 hebben we de laatste grote uitbreidingsprojecten ten behoeve van de ontwikkeling van de gasrotonde afgerond. Door nieuwe initiatieven op het gebied van duurzame energie zullen onze investeringen in business development de komende jaren iets toenemen. De nadruk zal echter vooral liggen op vervanging en onderhoud van ons bestaande gastransportnetwerk en overige assets.

Er loopt een aantal andere meerjarige projecten zoals het meer aardbevingsbestendig maken van ons netwerk en het reeds gestarte investeringsproject Jason, waarbij de huidige ICT-systemen ten aanzien van gastransport worden vervangen door een nieuw gastransport management systeem, waarvan de oplevering in 2018 is gepland. De totale investeringswaarde bedraagt circa € 100 miljoen. De vervangingsinvesteringen zullen naar verwachting de komende jaren afnemen als gevolg van een herijking van het meerjarig vervangingsprogramma. Voor de komende 3 jaar verwachten wij dat het jaarlijks investeringsniveau (vervangings- en uitbreidingsinvesteringen) tussen de € 200 en € 300 miljoen zal bedragen.

Financiële vooruitzichten

We verwachten voor de komende jaren, op basis van de huidige inzichten, een afname van het bedrijfsresultaat uit reguliere operationele activiteiten. Deze komt met name voort uit de daling van de opbrengsten als gevolg van het nieuwe methodebesluit voor GTS vanaf 2017 en (in mindere mate) het nieuwe methodebesluit voor Gasunie Deutschland vanaf 2018. Ten behoeve van het nieuwe methodebesluit GTS heeft de toezichthouder een efficiency benchmarking uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van deze benchmark heeft de ACM ons een extra efficiencykorting op voor de periode 2017-2021 opgelegd, met de genoemde impairment van € 450 miljoen als gevolg. Dit heeft majeure impact op het toekomstig bedrijfsresultaat: de toegestane inkomsten zullen de komende vijf jaar stapsgewijs met € 200 miljoen dalen. Verder dalen de verwachte opbrengsten door de afloop van lange termijncontracten in de niet-gereguleerde business. Door een verwachte verdere daling van onze netto schuldpositie zullen de financiële lasten de komende jaren nog verder afnemen. De verwachte afname van het netto resultaat zal hierdoor minder sterk zijn dan de afname van ons bedrijfsresultaat.

Regulatoire vorderingen en schulden

De tarieven die GTS en Gasunie Deutschland aan hun afnemers in rekening mogen brengen zijn gereguleerd. Zij worden door de toezichthouders in respectievelijk Nederland en Duitsland bepaald aan de hand van de toegestane omzet en de verwachte capaciteitsboekingen. Als de werkelijke omzet afwijkt van de verwachte omzet, wordt het verschil verrekend in de tarieven van latere jaren. Ook voor de energiekosten van het gastransport geldt een mechanisme van nacalculatie. Volledigheidshalve verwijzen we naar de beschrijving van het business model van GTS en van Gasunie Deutschland elders in dit verslag.

Ultimo 2016 staan de volgende bedragen open, gesplitst naar de periode waarin de bedragen in de tarieven worden verrekend:

In € miljoenen Openstaand Te verrekenen in tarieven  
  ultimo 2016 2017 2018 en verder
       
Te verrekenen door GTS ‑70 ‑45 ‑25
Te verrekenen door GUD 10 ‑6 16
  ‑60 ‑51 ‑9

Op grond van de nu geldende IFRS regels mogen deze posities niet in de balans worden opgenomen. Ze worden in de resultatenrekening verantwoord, zodra ze via de tarieven in het desbetreffende jaar zijn verrekend.
In 2016 is in de opbrengsten in Nederland een bedrag van € 22 miljoen verrekend terwijl in Duitsland € 29 miljoen is terugbetaald.

Financiering

In juni 2016 hebben wij een obligatielening van € 700 miljoen afgelost. Ter herfinanciering hebben we in mei 2016 een nieuwe € 650 miljoen obligatielening met een looptijd van 10 jaar tegen 1% rente uitgegeven. In maart 2017 loopt een andere obligatielening van € 750 miljoen af. Ten behoeve van deze aflossingsverplichting is in november 2016 een obligatielening uitgegeven van € 300 miljoen met een looptijd van 3 jaar tegen 0% rente. Gasunie is de eerste corporate issuer die tegen dit tarief financiert.

Gedurende 2016 hebben we naast kortlopende deposito’s op de geldmarkt ook gebruik gemaakt van het Euro Commercial Paper (ECP) programma. Onze kortlopende leningen zijn gedurende 2016 afgenomen van € 280 miljoen naar € 24 miljoen. Deze afname wordt met name verklaard doordat er in 2016 meer nieuwe langlopende leningen zijn uitgegeven dan afgelost, zie bovenstaande paragraaf.

Het totale bedrag aan rentedragende schuld kwam ultimo 2016 uit op € 3.959 miljoen, een verlaging van € 28 miljoen ten opzichte van ultimo 2015. De balanspost geldmiddelen en kasequivalenten kwam ultimo 2016 uit op € 238 miljoen (ultimo 2015: € 65 miljoen). Onze netto schuldpositie (rentedragende schuld minus kasmiddelen) nam hierdoor in 2016 af met € 201 miljoen tot € 3.721 miljoen.

De solvabiliteit is eind 2016 uitgekomen op 55%. De solvabiliteit is licht gedaald als gevolg van een afname van het eigen vermogen met € 116 miljoen. Het eigen vermogen neemt af omdat, vanwege de impairment, het netto resultaat over 2016 lager is dan het uitgekeerde dividend over het resultaat van 2015.

In ons financieringsbeleid streven we naast het handhaven van onze liquiditeitspositie op een adequaat niveau ook naar de nodige toegang tot financieringsalternatieven en het zo efficiënt mogelijk aantrekken van financiering. We vullen deze doelstellingen zoveel mogelijk in door middel van het Euro Medium Term Note (EMTN) programma, het eerder genoemde ECP-programma, onze activiteiten op de publieke en onderhandse geld- en kapitaalmarkt en middels de langjarige gecommitteerde bancaire € 750 miljoen kredietfaciliteit.

Vooruitkijkend moet in maart 2017 een obligatielening van € 750 miljoen worden afgelost. We verwachten gedurende 2017 echter slechts in beperkte mate nieuwe lange termijn financiering nodig te hebben. Dit wordt veroorzaakt door enerzijds de verwachte positieve cash flow uit operationele en investeringsactiviteiten en anderzijds doordat we middels de uitgifte van de obligatielening van € 300 miljoen in november 2016 reeds op deze aflossing geanticipeerd hebben. Zowel in 2018 als in 2019 dient een obligatielening van € 300 miljoen te worden afgelost.

Credit Ratings

Rating agency Standard & Poor’s heeft in 2016 onze lange termijn credit rating gehandhaafd op AA- met een stable outlook. De korte termijn rating bedraagt A-1+. Bij Moody’s Investors Services is de lange termijn credit rating A2 met een stable outlook en de korte termijn rating P-1.

Belastingafdracht

Wij hebben in 2009 een zogenoemd ‘handhavingsconvenant’ gesloten met de Nederlandse Belastingdienst, waarin we onderlinge afspraken hebben vastgelegd. In lijn met dit convenant hebben wij intern een Tax Control Framework (TCF) ingericht, op basis waarvan we het fiscale beleid, de fiscale processen en de beheersmaatregelen opstellen en uitvoeren. Ons fiscale beleid is erop gericht om verschuldigde belastingen tijdig en overeenkomstig fiscale wet- en regelgeving te betalen in de landen waarin wij bedrijfsactiviteiten ontplooien.
In de volgende tabel hebben wij voor de belangrijkste belastingen weergegeven hoeveel belasting we hebben betaald.

  2016 in mln. 2015 in mln.
Nederland    
Vennootschapsbelasting 104 131
Omzetbelasting 70 99
Loonheffingen 65 62
Dividendbelasting 50 54
Totaal 289 346
Duitsland    
Vennootschapsbelasting 27 19
Omzetbelasting 20 22
Loonheffingen 11 12
Totaal 58 53

De lagere afdracht van omzetbelasting (€ 70 mln. in 2016 en € 99 mln. in 2015) wordt grotendeels veroorzaakt door een lagere omzet in het vierde kwartaal van 2015 en in de eerste drie kwartalen van 2016.