Bijlagen

Bijlagen

Verslaggevingsprincipes

Materialiteitsbepaling

We geven in ons verslag een toelichting op onderwerpen die wij van materieel belang achten voor de waardeketen waarbinnen wij opereren en onderwerpen waarvan onze stakeholders hebben aangegeven dat zij ze relevant vinden. De belangrijkheid van onderwerpen waarmee wij als bedrijf impact denken te hebben, hebben we in 2015 bepaald in een interne workshop waar een deel van onze directie, onze MVO-experts en communicatiespecialisten bij aanwezig waren. In 2016 zijn twee nieuwe leden in de Raad van Bestuur aangetreden. Om deze reden is ervoor gekozen om de interne prioritering te herijken.
We hebben een aantal stappen doorlopen in het materialiteitsproces:

Stap 1: Actualiseren van relevante onderwerpen
In 2016 heeft een actualisatie van de materiële onderwerpen plaatsgevonden. Als eerste stap is de lijst van onderwerpen ge-update op basis van een media-analyse en een omgevingsanalyse. Uit de media- en omgevingsanalyse blijkt dat wij reeds alle, voor ons relevante onderwerpen, behandelen. Om meer focus aan te brengen in ons nieuwe verslag, is een aantal onderwerpen waarover wij in 2015 ook rapporteerden en die inhoudelijk dicht bij elkaar liggen, samengevoegd.

Stap 2: Bepalen rapportage prioriteit
De belangrijkheid van onderwerpen voor onze belanghebbenden hebben we in 2015 bepaald op basis van een stakeholdersurvey waaraan 23 externe stakeholders vanuit diverse stakeholdergroepen hebben deelgenomen. In 2016, is de prioritering van de onderwerpen voor ons bedrijf is herijkt op basis van desktop analyse en gesprekken met de Raad van Bestuur. De interne en externe scores zijn in deze analyse even zwaar meegewogen.

Stap 3: Opstellen materialiteitsmatrix
Op basis van deze herijking is de materialiteitsmatrix aangepast en opgenomen in het hoofdstuk Materialiteit. De 12 onderwerpen met de hoogste score worden in dit jaarverslag behandeld. Deze onderwerpen vormen de basis van dit geïntegreerde jaarverslag, dat voor de tweede keer conform de GRI G4 richtlijnen is opgesteld. De nieuwe materialiteitsmatrix is voorgelegd aan en goedgekeurd door de Raad van Bestuur.

Verslaggevingsbeleid

Bij dit verslag hebben we zoveel mogelijk de Transparantiebenchmark-criteria van het ministerie van Economische Zaken gevolgd. In het verslag worden ook de GRI G4-richtlijnen (Core) toegepast, waarvan een materialiteitsanalyse een integraal onderdeel uitmaakt. Onze ambitie voor het verslagjaar 2016 is om verdere stappen zetten op het gebied van de G4, waarmee we onder andere de structuur en onderlinge samenhang van informatie verder willen verhogen.

Ook hebben wij kennis genomen van de nieuwe EU-richtlijn (2014/95/EU) die in december 2016 in Nederlandse wetgeving is verankerd in twee losse regelgevingen: bekendmaking niet-financiële informatie en bekendmaking diversiteitsbeleid. De eerstgenoemde bekendmaking vraagt organisaties groter dan 500 medewerkers en van openbaar belang  inzicht geven in hoe zij in hun eigen bedrijfsvoering en waardeketen omgaan met milieu-, sociale en personeelsaangelegenheden, eerbiediging van mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping. Daarbij moet worden ingegaan op beleid, resultaten, voornaamste risico’s en beheersmaatregelen, en niet-financiële KPI’s ten aanzien van deze gebieden. De tweede bekendmaking vraagt om toelichting ten aanzien van diversiteitsbeleid voor de Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen.

De toepassing van de richtlijn is pas vanaf boekjaar 2017 wettelijk verplicht. De bekendmaking diversiteitsbeleid is enkel van toepassing op grote beursvennootschappen. Toch hebben we in dit jaarverslag de eerste stap gezet met de toepassing van de richtlijn. In ons geïntegreerde jaarverslag rapporteren we al over de genoemde thema’s, omdat zij in meer of mindere mate onze materiele onderwerpen raken. Bestrijding van omkoping en corruptie en diversiteit vormen geen materiele onderwerpen maar vallen onder Corporate Governance. Met onderstaande verwijzingstabel maken we inzichtelijk waar de informatie die we nu al rapporteren, vindbaar is in ons verslag. In het volgende jaarverslag zullen we volledig compliant zijn met de toepassing van de richtlijn.

Thema Materieel onderwerp Gasunie Verwijzing
Milieu Energietransitie
Footprintreductie
- Het gevoerde beleid: Strategie – MVO-speerpunten en meerjarenplan
- De resultaten van het gevoerde beleid: Resultaten Energietransitie, Resultaten milieu
- De voornaamste risico’s en beheersing van deze risico’s; Ons risicoprofiel, Connectiviteitsmatrix
- Essentiële niet-financiële prestatie-indicatoren: Connectiviteitsmatrix
Sociale- en personeelsaangelegenheden Veiligheid
Medewerkers
- Het gevoerde beleid: Strategie – MVO-speerpunten en meerjarenplan; Medewerkers, Resultaten Veiligheid
- De resultaten van het gevoerde beleid: Medewerkers, Resultaten Veiligheid, Bijlagen
- De voornaamste risico’s en beheersing van deze risico’s; Ons risicoprofiel, Connectiviteitsmatrix
- Essentiële niet-financiële prestatie-indicatoren; Connectiviteitsmatrix
Eerbiediging van mensenrechten Maatschappelijk verantwoord inkopen - Het gevoerde beleid: Bijlage 3 Product & Leveranciersinformatie
- De resultaten van het gevoerde beleid: Bijlage 3 Product & Leveranciersinformatie
- De voornaamste risico’s en beheersing van deze risico’s: Op dit moment heeft Gasunie nog geen inzicht in de specifieke risico’s ten aanzien van mensenrechten.
- Essentiële niet-financiële prestatie-indicatoren: Op dit moment hanteert Gasunie nog geen specifieke KPI op het gebied van mensenrechten.
Bestrijding van omkoping en corruptie Medewerkers
Corporate governance
- Het gevoerde beleid: Medewerkers (paragraaf Gedragscode); Bijlage 3 Product & Leveranciersinformatie
- De resultaten van het gevoerde beleid: Resultaten Energietransitie, Resultaten milieu
- De voornaamste risico’s en beheersing van deze risico’s; Ons risicoprofiel
- Essentiële niet-financiële prestatie-indicatoren: Medewerkers (paragraaf Gedragscode, paragraaf Melden van misstanden), KPI: Aantal gevallen van omkoping en corruptie, meldingen van een ‘vermoeden van een misstand”
Diversiteit Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen Corporate Governance - Het gevoerde beleid: Bijlage 5 - Diversiteit
- Doelstellingen en resultaten: Bijlage 5 - Diversiteit

We rapporteren over de meest relevante prestatie-indicatoren (KPIs) die voortvloeien uit onze strategie. De aspecten die rechtstreeks van invloed zijn op de realisatie daarvan zijn in dit verslag opgenomen. Daaronder vallen indicatoren op het gebied van financiën, gezondheid, veiligheid en milieu. De gegevens voor Milieu en Veiligheid zijn zoveel mogelijk in een meerjaren perspectief geplaatst om de ontwikkeling zichtbaar te maken.

Het verslag is bedoeld voor al onze stakeholders, zowel intern als extern. Het verslag wordt beschikbaar gesteld op onze website. Vanuit milieuoogpunt wordt het verslag in principe alleen digitaal gepubliceerd. De gehanteerde begrippen in dit verslag worden in de begrippenlijst toegelicht.

Transparantie

We willen transparant zijn over onze doelen en de weg daar naartoe. In ons jaarverslag vertellen we daarom over onze activiteiten en resultaten, waarbij we niet alleen toelichten wat er goed ging, maar ook vertellen wat er minder goed ging en wat we er aan doen om dit te verbeteren. We meten onze transparantie op basis van onze score in de Transparantiebenchmark. We hebben in 2013 een ambitie vastgesteld op dit gebied:

Ambitie Transparantiebenchmark Totaalscore Subcategorie Energie, olie & gas Staatsdeelnemingen (33)
Verslagjaar 2015 Top 30 (circa 185 punten) Top 3 Top 10
Verslagjaar 2016 Top 30 (circa 185 punten) Top 3 Top 8
Verslagjaar 2017 Top 30 (circa 185 punten) Top 3 Top 8
Verslagjaar 2018 Top 30 (circa 185 punten) Top 3 Top 8

Onze totaalscore voor het 2015 Jaarverslag bedroeg 192 punten, waarmee de doelstelling van 185 punten is gehaald. In 2016 hebben we onze doelstellingen voor de komende jaren vastgesteld, waarbij we onze positie ten opzichte van Staatsdeelnemingen hebben aangescherpt. We streven ernaar circa 185 punten te behalen en minimaal binnen de top 30 van het totale deelnemersveld te eindigen.

Verslaggevingsproces

Bij het proces van dataverzameling worden zowel interne als externe bronnen geraadpleegd, waaronder bijvoorbeeld handboeken, managementinformatiesystemen en gegevens van derden. Bij het verkrijgen van de basisgegevens voor dit verslag worden alle afdelingen betrokken die eindverantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de speerpunten van ons beleid. Dat betreft globaal de afdelingen Veiligheid, Financiën, Personeelszaken, Communicatie en Public Affairs, zowel in Nederland als in Duitsland. Zij leveren gegevens aan die door onze financial control afdeling worden geverifieerd als onderdeel van de interne controle werkzaamheden.

Het verslag wordt gecontroleerd en goedgekeurd door het Raad van Bestuur, de Auditcommittee, de Raad van Commissarissen en de Aandeelhouder.
Het verslag wordt gepubliceerd binnen enkele dagen na goedkeuring door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA). Goedkeuring van het verslag over 2016 door de AvA vond plaats op 30 maart 2017, het verslag werd gepubliceerd op 31 maart 2017. Lezers van ons verslag nodigen we uit om hierop feedback te geven. Dat kan per mail naar communicatie@gasunie.nl.

Reikwijdte & afbakening
Voor de materialiteitsanalyse selecteren we onderwerpen die relevant zijn voor onze maatschappij, sector, ons bedrijf en onze stakeholders. De onderwerpen noemen we onder materialiteitsanalyse. De reikwijdte van dit verslag wordt mede bepaald op basis van deze materialiteitsanalyse. We rapporteren over onze rol als aardgastransporteur en aanbieder van aanverwante diensten in de gaswaardeketen en als eigenaar en operator van het landelijke gastransportnet. We hebben in dit verslag ook onderwerpen opgenomen die van belang zijn in onze waardeketen, maar waarop we niet rechtstreeks invloed hebben, zoals aardbevingen en veranderende gassamenstelling. We beschrijven in dit verslag onze missie, strategie en de belangrijkste resultaten ten aanzien van onze bedrijfsvoering, plus de belangrijkste in- en externe ontwikkelingen die daarop van invloed zijn. We geven aan hoe we op deze ontwikkelingen inspelen. We lichten toe welke activiteiten we als onderdeel van goed ketenbeheer uitvoeren, omdat we onze verantwoordelijkheid in de keten actief nemen. Veiligheid is een van onze belangrijkste prioriteiten; we stimuleren ook veiligheidsbewustzijn bij onze aannemers. Omdat dit voor ons een belangrijk aandachtspunt is, hebben we in dit verslag ook in beperkte mate de veiligheidsprestaties van onze aannemers opgenomen.
Andere gegevens, zoals van bijvoorbeeld onze toeleveranciers, hebben we buiten beschouwing gelaten. Gegevens over acquisities en desinvesteringen worden conform wettelijke verplichten meegenomen in het verslag over het jaar waarin deze hebben plaatsgevonden.

We rapporteren in dit verslag over Gasunie in Nederland, Gasunie in Duitsland, GTS, GGS en deelnemingen zoals BBL Company, waarin Gasunie een meerderheidsdeelname van 60% heeft ten aanzien van de kapitaalverschaffing. De gegevens van deze onderdelen van ons bedrijf zijn in de totale cijfers en resultaten meegenomen, voor zover beschikbaar. Ten aanzien van onderwerpen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu worden in Nederland en Duitsland niet dezelfde gegevens bijgehouden, wat soms wordt veroorzaakt door verschillen in wetgeving. Daar waar mogelijk zijn de gegevens uit Nederland en Duitsland gecombineerd. Als dit niet mogelijk was, dan zijn de gegevens separaat gepresenteerd. Deelnemingen waarin we een minderheidsdeelname hebben ten aanzien van de kapitaalverschaffing, zijn buiten beschouwing gelaten.  Dochterondernemingen GTS en GGS hebben een eigen jaarverslag, waarin meer uitgebreid over hun specifieke resultaten wordt gerapporteerd.

Ons jaarverslag komt elk jaar uit. Dit verslag geeft een weergave van onze inspanningen over het verslagjaar 2017, dat loopt van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016. Relevante ontwikkelingen in 2016 die plaatsvinden voor het uitkomen van het verslag worden hierin ook vermeld.

Verificatie

Onze jaarrekening wordt conform wettelijke verplichtingen door een externe accountant (PwC) gecontroleerd. In dit jaarverslag zijn de controleverklaring en het assurance-rapport gecombineerd opgenomen, omdat naast de controle van de financiële informatie door PwC ook een beoordeling wordt uitgevoerd op onze niet-financiële informatie op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. We laten de maatschappelijke informatie beoordelen omdat we het belangrijk vinden onze rapportageprocessen aantoonbaar goed op orde te hebben. Daarbij is tevens beoordeeld of het verslag voldoet aan de GRI-richtlijnen, versie GRI G4 Core.

Meet- en registratiesystemen

Het meten en registreren van de milieugegevens van Gasunie in Nederland vindt in hoofdlijnen als volgt plaats:

  • De hoeveelheid afgevoerd afval wordt gemeten door afvalinzamelaars en -verwerkers.
  • Zij registreren dit door middel van weeg- en vrachtbrieven, rekeningen, kwartaalrapportages en een jaaropgave die aan ons worden toegestuurd, waarin onder andere de gebruikte verwerkingsmethodiek wordt aangegeven. De door Gasunie gerapporteerde gegevens zijn ontleend aan deze jaaropgaven;
  • Mogelijke bodemverontreiniging is vastgelegd in bodemonderzoeksrapporten. De voortgang van de onderzoeken en eventuele saneringen worden centraal geregistreerd in een database, waaruit we gegevens halen voor deze rapportage;
  • De energie- en waterverbruikgegevens zijn ontleend aan opgaven van de energie- en waterleveranciers van onze grootste locaties. De gegevens van de overige locaties zijn geschat aan de hand van normverbruik en/of ontleend aan rekeningen van derden;
  • Luchtemissies worden grotendeels geregistreerd met behulp van het computersysteem Olympus. Dit registratiesysteem is ontwikkeld voor het vastleggen van compressorgegevens. Op basis van het continu gemeten brandstofverbruik van de machines worden de CO2-, CH4- en NOX-emissies berekend. Elke machine heeft zijn eigen emissiekarakteristiek die in Olympus is vastgelegd. Op deze registratie is een handmatige correctie gedaan voor het starten en stoppen van de compressoren;
  • Sluipende emissies zijn verkregen uit recente metingen volgens de EPA21 methode en historisch onderzoek naar de emissies op bepaalde type locaties;
  • De HFK-emissies worden berekend op basis van de hoeveelheidsregistratie (in kg) die in de logboeken op de desbetreffende locaties wordt bijgehouden;
  • Alle milieuafwijkingen worden per oorzaak geregistreerd in een intern databasesysteem. De gerapporteerde gegevens zijn hieraan ontleend;
  • Opgaven van grondstoffen zijn gebaseerd op inkoopgegevens, met uitzondering van het verbruik van odorant; dit laatste wordt berekend;
  • Opgaven van stikstof zijn gebaseerd op inkoopgegevens en op eigen registratie van locaties Ommen en Kootstertille.

De milieugegevens van Gasunie in Duitsland zijn op verschillende manieren verzameld: door directe metingen (elektriciteit, waterconsumptie en emissies), indirecte metingen (berekeningen van onder meer CO2- en NOx-emissies van brandstofgas) en registratie (afval van een externe dienstverlener). Alle gegevens zijn opgenomen in onze milieu-database. Deze database is de bron van alle vormen van milieurapportage, inclusief de emissiehandel die jaarlijks wordt gecontroleerd en gecertificeerd door een onafhankelijke derde (controle en certificering geldt alleen voor het onderdeel emissiehandel). Alhoewel we zorgvuldig omgaan met onze meet- en registratiesystemen, erkennen we dat onderdelen van de informatie onderworpen zijn aan een element van onzekerheid, dat inherent is aan beperkingen bij meetplaats en berekeningstermijnen.

Wijzigingen in definities en meetmethodes
Er hebben het afgelopen verslagjaar geen wijzigingen plaatsgevonden in de definities die wij hanteren. Ten aanzien van emissiemetingen van sluipende lekkages zijn we bezig om de metingen nauwkeuriger te maken. We vergelijken daarom de gemeten emissies van de huidige (wettelijk) voorgeschreven methode, de EPA21,  met meer nauwkeurige meetmethoden.
Door dit te doen kunnen we wellicht in de toekomst voorstellen doen om de wettelijke voorschriften aan te passen om een meer nauwkeurig resultaat te verkrijgen.

Managementsystemen

We volgen de (inter)nationale wetgeving die op ons bedrijf van toepassing is. Daarnaast hanteren we eigen strenge eisen: we vinden het belangrijk dat er duidelijke normen en waarden ten grondslag liggen aan onze prestaties. In de ‘Gasunie Technische Standaards’ zijn onze technische standaarden vastgelegd, in het ‘Commitment voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu’ onze VGM-standaarden en in onze ‘Gedragscode’ staat wat we van onze medewerkers verwachten ten aanzien van integer, veilig en verantwoord handelen. We beschikken over een klokkenluidersregeling (Regeling voor het omgaan met een vermoeden van een misstand) en hebben hiervoor een vertrouwenspersoon aangesteld. We hebben een klachtencommissie ingericht waar medewerkers terecht kunnen met eventuele klachten. Daarnaast kennen we vertrouwenspersonen voor diverse gebieden, onder meer ten aanzien van ongewenste omgangsvormen. Ook met de afhandeling van klachten uit onze omgeving gaan we zorgvuldig om.
Ons beleid op het gebied van veiligheid en milieu is ISO 14001 gecertificeerd.
We stimuleren standaarden binnen onze keten door deelname aan (inter)nationale werkgroepen, bijvoorbeeld op het gebied van groene netten en methaanemissies. Daarin doen we onderzoek en wisselen we kennis uit, met als doel van elkaar te leren. Sinds 2016 bekleden we het voorzitterschap van een Marcogaz-werkgroep die studies doet naar methaanemissies binnen de gastransportketen.

Verankering en verantwoordelijkheid MVO-beleid

Ons beleid en onze activiteiten op het gebied van MVO sluiten aan bij onze strategische doelstellingen. MVO maakt integraal onderdeel uit van onze bedrijfsactiviteiten. De verantwoordelijkheid MVO beleid ligt bij het hoofd van de afdeling Strategie en Organisatie. De MVO Task Force identificeert kansen en ontwikkelingen op MVO-gebied. Bij de MVO Task Force zijn medewerkers betrokken uit de onderdelen van onze organisatie die veel kunnen bijdragen aan MVO zoals Inkoop, Veiligheid, Gezondheid en Milieu en Organisatie & Strategie en Operations & Projects.

Business units en afdelingen zijn zelf verantwoordelijk voor input ten aanzien van het MVO-beleid op hun vakgebied, de uitvoering daarvan en de bijsturing. In 2016 zijn twee speciale werkgroepen ingesteld op de gebieden duurzame mobiliteit en MVI. Reguliere MVO-activiteiten zoals veiligheid worden gefinancierd vanuit afdelingsbudgetten. Voor de nieuwe werkgroepen zijn speciaal acht medewerkers gedeeltelijk vrijgemaakt en financiële middelen toegekend. In 2016 is besloten een MVO-coördinator aan te stellen die ervoor moet zorgen dat het onderwerp nog verder ontwikkeld kan worden binnen ons bedrijf. Deze begint in 2017 en zorgt voor de dagelijkse aansturing van MVO. 

De Raad van Bestuur stelt het beleid en de doelstellingen vast en draagt de verantwoordelijk voor beleid en prestaties op MVO-gebied. Het beleid wordt afgestemd met de Raad van Commissarissen.
De Raad van Bestuur monitort en evalueert de voortgang van de resultaten door middel van rapportages en targets, en stuurt bij ten aanzien van materiële maatschappelijke aspecten waar nodig. De Raad van Commissarissen ziet hierop toe, alsmede op de externe verslaglegging.

MVO vormde tot en met 2016 een vast onderdeel van de collectieve targets voor medewerkers en management. Per 2017 zijn de collectieve targets afgeschaft (zie hoofdstuk Resultaten Medewerkers). Voor 2017 geldt een corporate MVO doelstelling op het gebied van CO2-reductie. Daarnaast worden MVO-doelstellingen, waar relevant, verwerkt in individuele werkafspraken/targets op alle niveaus in de organisatie.

Bij het vaststellen van doelstellingen op het gebied van MVO wordt tevens in overleg met de betrokken afdelingen gekeken of de noodzakelijke randvoorwaarden binnen ons bedrijf voldoende aanwezig en geborgd zijn.

De resultaten worden door de RvC vastgesteld en door een externe accountant beoordeeld.

Product- en leveranciersinformatie

Afzetmarkt en afnemers

Onze belangrijkste afzetmarkten zijn Nederland en Duitsland. Daarnaast transporteren we gas door naar andere landen. Onze klanten en afnemers bestaan voornamelijk uit shippers, traders en direct aangeslotenen (industrieën, regionale netbeheerders, private netbeheerders, buitenlandse netbeheerders, gasproducenten, operators van gasbergingen en operators van LNG plants).

Productiefactoren

De belangrijkste producten en diensten om onze diensten te kunnen aanbieden zijn:

  • bouw, beheer en onderhoud van leidingnetwerk en installaties;
  • verkrijgen materialen t.b.v. bouw, beheer en onderhoud van leidingnetwerk en installaties;
  • gas, elektriciteit en stikstof;
  • ICT-netwerk om planning en uitvoering van gastransport efficiënt te laten verlopen;
  • facilitaire diensten en tijdelijk personeel.

Herkomst grondstoffen, materialen, producten en diensten

Van hetgeen we inkopen komt het merendeel uit de Europese Unie. Globaal onderverdeeld naar land komt 85% uit Nederland, 11% uit Duitsland, 1% uit België, 1% uit Engeland en 2% uit overige landen.

Leveranciersselectie

Voordat we een contract afsluiten met een grote nieuwe leverancier, doen we onderzoek naar zijn integriteit, solvabiliteit en de samenstelling van zijn klantportfolio. Dit laatste om een te grote klantafhankelijkheid te voorkomen.

In de selectiefase passen we het volgens de wet verplicht gestelde model Uniform Europees Aanbestedingsdocument toe, om na te gaan of er omstandigheden zijn die leveranciers uitsluiten van aanbestedingen. Uitsluitingsgronden zijn deelneming aan criminele organisaties, corruptie, fraude, terroristische misdrijven, witwassen van geld en kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel.

We hanteren een code of conduct voor leveranciers. In deze gedragscode is onder andere aandacht voor veiligheid, gezondheid en milieuaspecten en worden producten en leveranciers geweerd die gebruik maken van kinderarbeid. De code of conduct is in lijn met de gedragscode die voor onze eigen medewerkers geldt en is een onderdeel van het selecteren van nieuwe leveranciers.
We beoordelen leveranciers regelmatig op hun veiligheids- en kwaliteits- performance. Bij aanhoudend onderpresteren verbreken we de samenwerking met een toeleverancier.

Categorieën leveranciers

We classificeren onze product- en dienstgroepen in de volgende categorieën:

  • Strategisch:
    Een product en/of dienst waarbij we zware eisen stellen aan de leverancier van het product en/of dienst. Deze eisen stellen we in verband met enerzijds de grootte van het afbreukrisico en anderzijds met de kosten die verbonden zijn aan het overgaan van een leverancier op een andere leverancier.
  • Kritisch:
    Een product en/of dienst waarbij we lichte eisen stellen aan de leverancier van het product en/of dienst. Deze eisen stellen we in verband met de kosten die verbonden zijn aan het overgaan van een leverancier op een andere leverancier. De grootte van het met de opdracht verbonden afbreukrisico is beperkt.
  • Niet-strategisch/ Niet-kritisch:
    Hierin vallen de product-/dienstgroepen die niet behoren tot de categorieën strategisch en kritisch.

De verdeling van de opdrachten in 2016 was als volgt:

Bouw, beheer en onderhoud leidingnetwerk 22%
Bouw, beheer en onderhoud installaties 8%
Materialen 11%
Brandstofgas, elektriciteit en stikstof 32%
ICT 10%
Facilitaire diensten en tijdelijk personeel 17%

De aannemers die we inhuren komen grotendeels uit Nederland en Duitsland. Over indirecte toeleveranciers, onderaannemers en de herkomst van ruw materiaal hebben we geen informatie beschikbaar.

Overige data veiligheid, ketenverantwoordelijkheid en milieu

Veiligheid

Veiligheidsbewustzijn blijven stimuleren
We streven ernaar dat er geen enkel ongeval of incident plaatsvindt tijdens onze werkzaamheden. We hanteren daarom strenge regels ten aanzien van veilig en verantwoord werken. We besteden veel aandacht aan het veiligheidsbewustzijn om te bewerkstelligen dat onze medewerkers deze regels goed toepassen. We hebben een top tien van meest voorkomende risico’s tijdens onze werkzaamheden gemaakt; voor elk van deze risico’s hebben we inzichtelijk gemaakt hoe we deze het beste kunnen vermijden. Dit noemen we de Golden Rules of Safety, die altijd bij alle activiteiten en werkzaamheden moeten worden nageleefd. Deze regels zijn beschikbaar in het Nederlands, Duits en Engels. De regels dragen bij aan het vergroten van het risico- en veiligheidsbewustzijn en aan het voorkomen van onveilige situaties. Ze maken duidelijk dat er grenzen zijn die niet mogen worden overschreden.

Arbeidsveiligheid: voorkomen is beter dan genezen
We kiezen voor een proactieve benadering om ongevallen en incidenten tijdens werkzaamheden te voorkomen, zowel wat betreft onze eigen medewerkers als medewerkers van derden. Iedereen die voor ons werkt, is verplicht dit volgens de Arbowet en onze eigen aanvullende eisen te doen. Bij meldingen met betrekking tot ongevallen, incidenten en gevaarlijke situaties stellen we vast welke maatregelen noodzakelijk zijn om vergelijkbare voorvallen in de toekomst te voorkomen.
We besteden veel aandacht aan het creëren van een gezonde en veilige werkplek, zowel op kantoor als in het veld. In onze handboeken hebben we daarvoor voorschriften opgenomen. Die hebben bijvoorbeeld betrekking op arbeidsplaatsen voor kantoorpersoneel die arbotechnisch verantwoord zijn en het handelen door medewerkers in het veld.
Omdat we willen dat onze medewerkers niet alleen op de werkplek maar ook onderweg veilig handelen, hebben we in onze gedragscode regels opgenomen ten aanzien van telefoneren tijdens het autorijden. Daarin hebben we een algemeen verbod opgenomen, ook op handsfree bellen. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen (calamiteiten) mag hiervan worden afgeweken.
Ook volgen onze medewerkers verschillende trainingen op het gebied van veiligheid.

Ongevallen in 2016
Het aantal reportable ongevallen daalde in 2016 ten opzichte van 2015 van 22 naar 19. In het hoofdstuk Resultaten Veiligheid wordt dit nader toegelicht. Hieronder is het overzicht weergegeven van het aantal ongevallen dat plaatsvond bij Gasunie-medewerkers en bij onze aannemers tijdens werkzaamheden voor Gasunie.
Opvallend is hierbij dat, terwijl het aantal reportable ongevallen per miljoen gewerkte uren in 2016 is gedaald (van 3,7 naar 3,5), er wel een toename is te zien van het aantal ongevallen met verzuim per miljoen gewerkte uren (van 1,3 naar 1,8).

Blootstelling aan gevaarlijke stoffen
Bij gastransport worden gevaarlijke stoffen gebruikt. Daar gaan we zorgvuldig mee om. Sommige stoffen komen (van nature) voor in het gastransportsysteem, sommige worden gebruikt bij onderhoudswerkzaamheden en andere bij facilitaire werkzaamheden op bijvoorbeeld onze kantoren. Onze medewerkers en medewerkers van aannemers kunnen daaraan worden blootgesteld. Het Arbeidsomstandighedenbesluit schrijft voor dat bedrijven een goed overzicht moeten hebben van deze gevaarlijke stoffen. Daarna moet de aard, mate en duur van blootstelling van hun medewerkers aan deze gevaarlijke stoffen worden bepaald en ook het eventuele risico. Als een te hoog risico wordt geconstateerd, moeten bedrijven passende maatregelen nemen om het risico voor de medewerkers op een acceptabel niveau te krijgen.
De gevaarlijke stoffen die we gebruiken staan geregistreerd in een centrale database (Toxic). Op basis hiervan hebben wij in 2016 in kaart gebracht welke CMR-stoffen (Carcinogeen, Mutageen, Reprotoxisch) we hebben en welke we kunnen vervangen door stoffen die deze eigenschap(pen) niet hebben. Dit project zal medio 2017 worden afgerond.

Europese benchmark leidingincidenten (EGIG)
Europese gastransportbedrijven registreren hun leidingincidenten op eenzelfde manier, waardoor de prestaties onderling goed te vergelijken zijn. De registratie vindt plaats binnen de European Gas Pipeline Incident data Group (EGIG), waar zowel leidinglengtes als leidingincidenten met gasuitstroom worden geregistreerd. Met deze gegevens wordt een zogenaamde faalfrequentie bepaald. Dit is de frequentie (per 1.000 km per jaar) van leidingincidenten met gasuitstroom door onder andere graafwerkzaamheden, corrosie, constructiefouten en materiaalfouten. Ten aanzien van leidingincidenten met gasuitstroom scoren wij iets beter dan het Europese gemiddelde. De laatste jaren zijn de prestaties in de sector steeds verder verbeterd. De gemiddelde score komt voor Gasunie in 2016 rond de 0,10 incidenten per 1.000 kilometer per jaar uit.

Grafiek: 5 jaar voortschrijdend gemiddelde van de faalfrequentie Grafiek: 5 jaar voortschrijdend gemiddelde van de faalfrequentie

* Het EGIG-gemiddelde van het jaar 2016 was nog niet bekend op het moment van het uitkomen van dit verslag

Veiligheids-indicatoren 2012-2016

Milieu

Gas en Elektriciteitsverbruik
Ons gasverbruik over de afgelopen 5 jaar ziet er als volgt uit:

Gasverbruik (in miljoen m3) 2012 2013 2014 2015 2016
Verbruik GUN 89,4 111,9 67,1 51,3 50,4
Verbruik GUD 64,7 64,3 27,8 31,2 23,5
Verbruik totaal 154,1 176,2 94,9 82,5 73,9

Het gasverbruik van 2016 is t.o.v. van het voorgaande jaar afgenomen omdat er minder gas is gebruikt voor compressie van met aardgas aangedreven stookinstallaties (gasturbines, gasmotoren). Er is een verschuiving waarneembaar van compressie met gas naar elektrisch aangedreven compressoren.

Ons elektriciteitsverbruik over de afgelopen 5 jaar ziet er als volgt uit:

Elektriciteitsverbruik (miljoen kWh) 2012 2013 2014 2015 2016
Verbruik GUN 382,5 441,2 431,3 548,9 685,9
Verbruik GUD 7,3 7,4 5,8 6,9 7,3
Verbruik totaal 389,8 448,6 437,1 555,8 693,2

Het elektriciteitsverbruik is in 2016 toegenomen, met name als gevolg van het gebruik van elektra voor de stikstofproductie ten behoeve van de kwaliteitsconversie van H-gas naar G-gas.

Significante boetes milieu wet- en regelgeving
Boetes voor het niet goed naleven van een milieuvergunning en dergelijke worden in Nederland lokaal afgehandeld door de beheerder van een installatie of via een (nieuwbouw)project. We hebben op dit moment geen totaaloverzicht met betrekking tot het aantal boetes omdat het niet centraal wordt bijgehouden. In 2017 willen we op dit gebied verbeteringen implementeren om dit centraal inzichtelijk te maken.

Ketenverantwoordelijkheid

Maatschappelijke aspecten en risico’s in de gaswaardeketen
Bij de uitvoering van onze activiteiten proberen we onze invloed op mens en milieu tot een minimum te beperken. Maar de activiteiten die plaatsvinden binnen de gaswaardeketen hebben een bepaalde impact op mens, milieu en samenleving.

Samenwerking binnen de keten
We nemen deel in verschillende verticale en horizontale samenwerkingsverbanden om te werken aan onder andere de transitie naar een duurzame energievoorziening, internationale veiligheid- en milieustandaarden en kennisuitwisseling, zoals:

  • Gas Infrastructure Europe (GIE)
    GIE is een organisatie met ongeveer 70 deelnemende gasinfrastructuurbedrijven in Europa. Deze organisatie zoekt naar marktgebaseerde oplossingen voor vraagstukken op het gebied van gasinfrastructuur. Het belang van de netwerkgebruikers staat voorop. De organisatie maakt zich onder ander sterk voor een goed reguleringsklimaat binnen Europa, zodat de leveringszekerheid op de lange termijn kan worden geborgd.
     
  • ENTSOG
    We participeren in ENTSOG, het European Network for Transmission System Operators Gas. We zijn onder meer lid van het bestuur. Alle TSO’s in de Europese Unie zijn verplicht lid van deze organisatie, die een aantal wettelijk vastgelegde taken heeft, waaronder het opstellen van Europese netwerkcodes en het opstellen van een tienjarig netwerkontwikkelingsplan op Europees niveau. Deze dragen bij aan een stabiele ontwikkeling van de Europese gasmarkt.
     
  • Groen Gas Nederland (GGNL)
    We nemen ook deel in Groen Gas Nederland, opgericht in 2011. GGNL is een stichting die de productie en afzet van groen gas in Nederland wil versnellen door het bundelen van kennis op het gebied van de productie, opwerking en invoeding. De deelname aan GGNL past goed in onze duurzaamheidstrategie. Groen Gas Nederland is in 2015 gefuseerd met Groen Gas Mobiel.
     
  • Overige organisaties
    We zijn lid van diverse andere Europese organisaties, zoals Eurogas, Marcogaz, Gas Transport Europe (GTE) en de International Gas Union (IGU), die de belangen van de gasindustrie wereldwijd behartigt. Intensief kennis uitwisselen staat bij deze organisaties hoog op de agenda, met als doel de veiligheid, de gezondheid, het milieu en de duurzaamheid te bevorderen. We zijn actief in diverse werkgroepen.

Om onze ketenverantwoordelijkheid ook in de breedte goed in te kunnen vullen nemen we deel aan verschillende horizontale samenwerkingsverbanden, waaronder:

  • Energy Delta Institute (EDI)
    Het Energy Delta Institute is een van de samenwerkingsverbanden waarin we werken aan verbreding van kennis over energie. Onze partners in EDI zijn Gazprom, de Rijksuniversiteit Groningen, GasTerra en Shell. Het belangrijkste doel van EDI is bij te dragen aan de professionele ontwikkeling van zowel de huidige managers in de energiesector, als de managers van de toekomst. EDI coördineert onderzoeksprojecten en trainingsprogramma’s op het gebied van energie.
     
  • Energy Valley
    De stichting Energy Valley is opgericht door overheden, bedrijven en kennisinstituten. Zij heeft tot doel de noordelijke energie-economie en de bijbehorende werkgelegenheid uit te bouwen. De focus ligt daarbij op het ontwikkelen van duurzame innovatieprojecten. De stichting ondersteunt initiatiefnemers onder meer bij het opstellen van een projectvoorstel en het vinden van samenwerkingspartners.
     
  • Energy Valley Top Club
    We zijn ook lid van de Energy Valley Top Club. Dit samenwerkingsverband wil onder meer groene energie promoten bij het brede publiek en de jeugd enthousiasmeren voor duurzaamheid en techniek. De club wil bovendien een ontmoetingscentrum zijn voor de energiesector. De Energy Valley Top Club heeft het convenant ‘Samen duurzaam aan de top!’ opgericht, waarmee zij de krachten van kennisinstellingen, Groninger topsportverenigingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties bundelt. Zo kunnen partijen de komende jaren gezamenlijk, in diverse projecten, werken aan verduurzaming van de energievoorziening.

Ontwikkeling van kennis: Energy Academy Europe
We nemendeel in Energy Academy Europe (EAE), een instituut waar energieonderwijs, -onderzoek en -innovatie samenkomen. De belangrijkste energie thema's van de EAE zijn gas (inclusief biogas en groen gas), energie van overmorgen (zoals wind- en zonne-energie), smart grids, energie-efficiency en -besparingen en CO2-reductie. EAE biedt een multi-utility test-omgeving (EnTranCe = Energy Transition Center) voor de ontwikkeling, het testen en demonstreren van innovaties, en tegelijkertijd het faciliteren van startende bedrijven om daarmee de economische activiteiten te stimuleren.

Proeftuin voor onderzoek naar energietransitie: EnTranCe
We zijn een van de initiatiefnemers van het Energy Transition Center (EnTranCe), dat we samen met BAM, GasTerra, Hanzehogeschool Groningen en Imtech hebben opgericht. Op de Zernike Campus in Groningen is een praktijkgericht ‘living laboratorium’ - EnTranCe - ingericht, waar allerlei functies van slimme energienetten in een real-life omgeving worden ontwikkeld, getest en gedemonstreerd. Er wordt onderzoek gedaan naar de inpassing van zon- en windenergie in het huidige energiesysteem, naar nieuwe decentrale energiesystemen en naar slimme energiemanagementsystemen.

Wij willen EnTranCe in samenwerking met anderen uitbouwen met andere projecten op het gebied van energietransitie. Zo dragen we er aan bij dat innovatieve gastoepassingen een plek krijgen in het energiesysteem van de toekomst.

In 2016 hebben we ten behoeve van verspreiding van kennis via onderzoek en ontwikkeling en ten behoeve van het ontwikkelen van innovaties € 500.000 geïnvesteerd in EAE en EnTranCe. We hebben ons als associate partner verbonden aan ESTRAC, een open innovatie centrum waar energie-gerelateerde organisaties en kennis-instituten samenwerken aan grote energievragen (3 jaar x 200.000). In samenwerking met o.a. de SER, TenneT en en EnTranCe hebben we een app ontwikkeld waarmee near real time de productie van duurzame energie in Nederland wordt getoond (energieopwek.nl; initiële investering 150.000).

Daarnaast hebben we € 1,2 miljoen geïnvesteerd in Innovatieprogramma’s gericht op het optimaliseren van de bestaande assets (leidingbeheer, assetmanagement en analytics).

Samenwerking managementstandaarden
Met partners binnen en buiten de keten delen we kennis, voeren we projecten uit en nemen we ook deel in (Europese) werkgroepen die zich bezighouden met standaardisatie en normalisatie (CEN, ISO) op het gebied van managementsystemen voor gastransport. Een goed voorbeeld van samenwerking op het gebied van standaardisatie van managementsystemen is het Pipeline Integrity Management System (PIMS), dat we in eigen beheer hebben ontwikkeld. Het systeem is een tool voor het beheren en vaststellen van de leidingintegriteit. We hebben met een groot aantal gastransportbedrijven samenwerkingsovereenkomsten ondertekend, die ertoe hebben geleid dat het PIMS ook bij diverse collega-gastransportbedrijven is geïmplementeerd.

Overige informatie medewerkers

We hebben hightechinstallaties en slimme computers, maar het zijn de medewerkers die ons bedrijf maken wat het is. Zij maken het verschil en zijn de sleutel tot succes. We lichten ons sociaal beleid in onderstaande paragraaf verder toe.

Profiel van onze medewerkers

Het aantal medewerkers steeg in 2016 ten opzichte van 2015 van 1.800 naar 1.821 medewerkers. Daarvan zijn 253 collega’s in dienst van de unit GTS, 236 van de unit GUD en 1.332 medewerkers bij de rest van het bedrijf. De stijging in personeelsaantal in 2016 wordt veroorzaakt doordat meer medewerkers in vaste dienst zijn gekomen en het aantal medewerkers in de flexibele schil is gedaald.

De onderverdeling naar leeftijd is als volgt:

Leeftijdsopbouw Gasunie Nederland en Gasunie Deutschland

Leeftijdsopbouw Gasunie Nederland en Gasunie Deutschland
Leeftijdscategorie Aantal MDW* Gasunie Nederland % MDW Aantal MDW Gasunie Deutschland %MDW
15-25 4 0% 0 0%
25-35 171 11% 40 17%
35-45 408 26% 56 24%
45-55 584 37% 75 32%
55-65 413 26% 65 27%
65-99 5 0% 0 0%

*MDW: Medewerkers

Hoogst genoten opleiding GUN % MDW
LBO 10 %
MBO  39 %
HBO  33 %
WO  18 %

Werving en selectie

In het verslagjaar hebben we bij Gasunie Nederland 74 medewerkers aangenomen, een daling ten opzichte van 91 van vorig jaar. We streven naar een gelijkmatige verhouding in de leeftijd van ons personeel. Omdat we relatief veel oudere medewerkers hebben, vullen we externe vacatures bij voorkeur in met jongere medewerkers. We bieden potentiële medewerkers de gelegenheid ons bedrijf te leren kennen gedurende stages. In 2016 hadden we 73 stageplaatsen. We hebben in 2016 zes trainees aangenomen voor ons speciale traineeprogramma dat doorloopt in 2018, waarin ze met een persoonlijke coach in twee jaar hun kennis en vaardigheden in versneld tempo kunnen ontwikkelen.

Prestatie en loopbaanontwikkeling

We kennen een jaarlijkse performancecyclus waarin we de prestaties en ontwikkeling van medewerkers monitoren en beoordelen. De cyclus begint bij het maken van werkafspraken. Halverwege de cyclus vindt er een functioneringsgesprek plaats, waarin de medewerker en leidinggevende bekijken wat de vorderingen en de aandachtspunten zijn. In dat gesprek komen tevens de ambities en de benodigde ontwikkeling van de medewerker aan de orde. Tijdens de jaarlijkse personeelsreview worden deze vervolgens afgezet tegen de groeimogelijkheden die de leidinggevende ziet voor de medewerker. Het jaarlijkse beoordelingsgesprek is de afsluiting van de cyclus: daarin worden de prestaties van de medewerker beoordeeld op resultaatgerichtheid, kennis en vaardigheden.

Arbeidsvoorwaarden

Nederland
Met ingang van 2016 valt 100% van de medewerkers onder de cao. Hiervoor geldt een jaarlijkse individuele loonsverhoging tussen de 0 en 5%, totdat het maximumsalaris is bereikt. Daarnaast kunnen we met vakorganisaties bij de cao-afspraken een collectieve loonsverhoging overeenkomen. Per 1 januari 2016 is een structurele loonsverhoging van 0,8% toegekend. Deze verhoging is in maart 2016 overeengekomen in een cao met een looptijd tot 1 januari 2017.

Duitsland
Gasunie Deutschland past de collectieve cao toe die is overeengekomen tussen het Duitse BVEG (vereniging voor exploratie en productie van aardgas) en de IGBCE (vakorganisatie), die specifieke salarisafspraken hebben gemaakt voor de gastransportsector. 159 Medewerkers vallen hieronder en 69 medewerkers in hogere functies vallen onder een overeenkomst die is afgesloten tussen Gasunie Deutschland en de ondernemingsraad.

Plaatsing buiten de cao
In 2016 is aan de medewerkers die niet onder de cao vielen de keuze voorgelegd om toe te treden tot de cao. De gemaakte keuzes hebben er toe geleid dat vanaf 2016 100% van de medewerkers onder de cao valt.

Beloning man/vrouw
We belonen mannen en vrouwen op dezelfde functies gelijk. Het gemiddelde salaris van vrouwen ligt bij ons bedrijf 5,7% lager dan het gemiddelde bruto jaarsalaris van mannen: vrouwen verdienen gemiddeld € 57.552 bij een 100% dienstverband versus mannen € 61.035. Dit komt doordat relatief meer mannen vanwege hun langere diensttijd op hun eindsalaris zitten.

Diversiteit

Veel onderzoeken hebben uitgewezen dat het werken in divers samengestelde teams tot betere resultaten leidt. Daarom willen wij diversiteit verder stimuleren. We werken sinds een aantal jaren met instroomstreefcijfers om meer vrouwen aan te nemen. We streven ernaar de instroom van nieuw personeel een afspiegeling te laten zijn van de uitstroom van voor ons relevante opleidingen op verschillende gebieden. Dit wordt periodiek vastgesteld en getoetst.
Over 2016 was van de instroom van medewerkers 20% vrouw, bij de uitstroom was dit 21%.

We streven er, conform wetgeving, naar vanaf 2016 een vrouwelijke bezetting van 30% in ons bestuur te hebben. We hebben, onder andere in dat kader, de afgelopen 2 jaar deelgenomen aan het Professional Boards Forum. Dat is een initiatief om het wettelijke streefcijfer van 30% ook daadwerkelijk te realiseren.

Eind 2016 is 17% van onze senior managers vrouw. In dit kader organiseerden we eind 2016 een leiderschapsworkshop voor vrouwen. Hierin is aandacht besteed aan de verschillende oriëntaties van mannen en vrouwen, de redenen van deze verschillen en de uitwerking daarvan in de manier van samenwerken.

Voor Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen is dit eind 2016 respectievelijk 25% en 17% tegen 0% in 2009.

Medewerkersonderzoek

In maart 2016 hebben we ons tweejaarlijkse medewerkersonderzoek uitgevoerd. Daarin waarderen medewerkers belangrijke onderwerpen binnen Gasunie als tevredenheid, leiderschap, betrokkenheid en samenwerking. De Raad van Bestuur heeft de uitkomsten op organisatieniveau besproken, en ook op afdelingsniveau zijn de resultaten geëvalueerd. Wij zijn trots op de uitkomsten. Op de algemene vraag ‘Hoe tevreden ben je over het werken bij Gasunie?’ geven onze medewerkers het rapportcijfer 8. Dit is zelfs hoger dan twee jaar geleden toen we op deze vraag met een mooie 7,8 werden gewaardeerd.

Ook gebruiken we het onderzoek om te kijken hoe we volgens medewerkers scoren op gebied van Operational Excellence. Dit doen we door te kijken naar de scores op de thema’s Klantgerichtheid, Efficiëntie, Bevlogenheid en Samenwerking tussen afdelingen. De Raad van Bestuur heeft zich tot doel gesteld de scores op deze thema’s te verbeteren, zodanig dat we ons in 2018 kunnen meten met de top 3 van de groep bedrijven waarmee we onze onderzoeksresultaten vergelijken. Daarnaast heeft de Raad van Bestuur rolduidelijkheid binnen Gasunie als verbeterpunt aangemerkt.

Wij hebben zowel binnen afdelingen als afdelingsoverstijgend enkele projecten, processen en werkwijzen geïdentificeerd waarin we verbeteringen willen doorvoeren. Deze verbeteringen moeten bijdragen aan een hogere waardering van medewerkers bij het volgende onderzoek in 2018 op de genoemde thema’s, in de overtuiging dat dit ook bijdraagt aan het realiseren van onze strategische doelstellingen.

Verslag van de ondernemingsraad

De ondernemingsraad heeft per april 2016 met een nieuw team het stokje overgenomen. De nieuwe raad kent een mooie mix van ervaring en nieuw bloed, die direct met enkele stevige dossiers aan de slag is gegaan. Wij zien dat medezeggenschap steeds meer onderdeel wordt van de Gasunie-way-of-working, waarin medewerkers hun inbreng daadwerkelijk zelf vorm kunnen geven. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de dynamoteams. We vinden dit een goede ontwikkeling, maar stellen tegelijkertijd ook vast dat een dergelijke cultuurwijziging een blijvende inspanning vergt.

Net als in 2015 was het duurzaam HRM- en arbeidsvoorwaardenbeleid voor iedereen het meest zichtbare dossier, dat eind 2016 heeft geleid tot een pakket aan voorzieningen voor duurzame inzetbaarheid. Hierbij speelden de samenwerking in het kernteam en de creativiteit van de dynamoteams een belangrijke rol. In hoeverre deze voorzieningen daadwerkelijk de wend- en weerbaarheid van de medewerkers zal verbeteren, zullen we in de toekomst zien.
De nu vastgestelde Visie 2023 biedt helderheid over de positie en ambitie van Gasunie. Voor een deel van de medewerkers is de terugloop van activiteiten, veroorzaakt door afnemend gastransport, efficiencymaatregelen en grootschalige uitbesteding, een reden tot zorg. De ondernemingsraad heeft in 2016 regelmatig aangedrongen op helderheid over de ontwikkelingen in omvang en aard van het werk, zodat onze collega’s weten ze aan toe zijn. Omdat kansen op een betrekking buiten Gasunie afnemen met de leeftijd, heeft de raad gevraagd om extra inspanning voor interne mobiliteit.

Ook dit jaar is de ondernemingsraad weer in gesprek geweest met de RvB over het Businessplan en de toekomst van Gasunie. Aangekaarte thema’s waren onder meer: de na te streven rol in de energietransitie, het strategisch personeelsplan met de krimp- en groeigebieden qua werk en vaardigheden, concretere uitwerking van de digitalisering en robotisering. De vorig jaar door de raad voorgestelde rol in het verzamelen en publiceren van gegevens over aanbod en vraag van energie zal komend jaar invulling krijgen in nog te ontwikkelen dataservices.

De ondernemingsraad heeft in september een gesprek gevoerd met de Raad van Commissarissen. Naast vier van de zes commissarissen waren ook onze CEO en CFO hierbij aanwezig. We hebben in kleinere groepen met de RvC leden gesproken over de ontwikkeling van de Gasunie-activiteiten, omgaan met het veranderende imago van aardgas, maatschappelijk verantwoord ondernemen en uitdagingen op het gebied van HR. Het waren prettige en nuttige gesprekken en we zullen dit in 2017 opnieuw organiseren.

Een belangrijke organisatiewijziging was de oprichting van afdeling Corporate Business Development. Deze afdeling heeft tot taak om de vastgestelde strategie verder vorm te geven. De ondernemingsraad heeft een aantal kritische kanttekeningen gemaakt bij de gehanteerde medezeggenschap en de onderbouwing van voorgestelde keuzes. Een aantal gesprekken met het management heeft geresulteerd in aanpassingen van proces en inhoud waarna de raad alsnog heeft kunnen instemmen.

De raad kijkt met belangstelling uit naar het jaar 2017, waarin het neergezette duurzame HRM- en arbeidsvoorwaardenbeleid tot uitvoering zal komen. Ook zullen er in de komende jaren grote veranderingen plaatsvinden in de wijze waarop Gasunie het netwerk beheert. De uitdagingen die de efficiencymaatregelen met zich meebrengen, zullen veel van de organisatie en van de medewerkers vergen. De ondernemingsraad zal zich ervoor inzetten dat dit op een verantwoorde wijze en met oog voor het welbevinden onze collega’s plaatsvindt.

Overige informatie stakeholders

De feedback van onze stakeholders is waardevol voor ons. Het helpt ons onze dienstverlening nog beter af te kunnen stemmen op hun behoeften. Feedback halen wij op in alle contactmomenten. Daarnaast houdt GTS jaarlijks een klanttevredenheidsonderzoek. Meer informatie over dit onderzoek staat in de paragraaf Klanttevredenheid. Hieronder geven wij een beknopt overzicht van onze verschillende stakeholders, hun belangen en de manier waarop wij daarmee rekening houden bij de uitvoering van onze strategie, ons beleid en onze activiteiten:

Stakeholder Belangen/verwachtingen van stakeholders Manier van betrekken & frequentie Bespreekpunten & uitkomsten 2016
Medewerkers Goed werkgeverschap Intranet (dagelijks) Nieuw HRM & arbeidsvoorwaardenpakket waarbij werknemers zelf actief input hebben geleverd
  Veilige en gezonde werkomgeving Medewerkersonderzoek (tweejaarlijks) Aangescherpte strategie Gasunie, waarbij rekening is gehouden met belang van de maatschappij die baat heeft bij betrouwbaar, veilig en betaalbaar gastransport.
  Ontwikkelingsmogelijkheden Via ondernemingsraad (maandelijks) Veilige en gezonde werkomgeving
    Rondje Land (RvB) (kwartaal) Goede opleidings- en doorgroeimogelijkheden
    Gasunie Groot (halfjaarlijks)  
    Nieuwjaarsbijeenkomst (jaarlijks)  
Ondernemingsraad (OR) Helderheid omtrent voorgenomen plannen en activiteiten Overleg met bestuur (tweemaandelijks) Duurzaam HRM- en arbeidsvoorwaardenbeleid waarvoor de OR input heeft geleverd
  Belang medewerkers goed vertegenwoordigd Commissies (maandelijks) Nieuwe business plan en strategische richting Gasunie
    Werkgroepen t.b.v. Adviesaanvragen (periodiek)  
    Unit overleggen (kwartaalbasis)  
Omwonenden Veilige omgeving Open dagen (variërend) Tijdige voorlichting over activiteiten die impact hebben op omgeving
  Informatie over werkzaamheden Nieuwsbrieven & brieven (periodiek) Strenge veiligheidsmaatregelen tijdens werkzaamheden
  Zo min mogelijk overlast Voorlichtingsavonden (variërend) Indien nodig op maat gesneden oplossingen voor tijdelijke overlast
    Scholenpakket voorlichtingsmateriaal  
    Websites & social media (dagelijks)  
Aandeelhouder (de Staat) Solide rendement Periodiek overleg en rapportage Solide resultaten
  Veilige, betrouwbare en duurzame energievoorziening Jaarlijkse aandeelhoudersvergadering Remuneratiebeleid
      Activiteiten die bijdragen aan veilige, betrouwbare en duurzame energievoorziening
      Efficiencymaatregelen
Klanten en aangeslotenen Producten en diensten die beantwoorden aan marktvraag en/of Europese wet- en regelgeving Persoonlijke contacten (dagelijks) Hoge leveringszekerheid
  Leveringszekerheid Customer desk (dagelijks) Op basis van onder andere marktvraag en wet- en regelgeving ontwikkelde producten en diensten
    Shippermeetings (2x per jaar)  
    Website (dagelijks)  
    Stakeholderevenement (jaarlijks)  
Leveranciers Langetermijnrelatie Persoonlijke contacten (dagelijks) Langetermijncontracten
  Goede prijs Audits (varieert, gemiddeld 10x per jaar) Offerteaanvragen in concurrentie
    Website (dagelijks) Onafhankelijke audits
      Verbeterplannen leveranciers op basis van uitkomsten audits
Ministerie EZ/Tweede Kamer Veilige, betrouwbare en duurzame energievoorziening Werkbezoeken (incidenteel) Informatievoorziening (in het bijzonder ten behoeve van het Groningen-dossier)
  Goed functionerende energiemarkt Regulier overleg (4x per jaar) Wetsvoorstel Voortgang Energietransitie
  Betaalbare energievoorziening Lobby (structureel) Energiedialoog en Energieagenda
    Stakeholderevenement (1x per jaar) Strategie en activiteiten die bijdragen aan veilige, betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening
    Deelname beleidsconsultaties (periodiek)  
    Input via position papers (periodiek)  
Maatschappelijke organisaties Veilige, betrouwbare en duurzame energievoorziening Stakeholderevenementen Duurzame initiatieven zoals op het gebied van groen gas
  Zo min mogelijk milieu impact Maatschappelijke podia zoals Springtij Milieuzorg conform ISO14001
    Aanwezig op duurzaamheidsplatform SummerLabb (jaarlijks) Samenwerkingsovereenkomst met Stichting Natuur & Milieu ten behoeve van energietransitie
    Werkbezoeken en overleg (periodiek)  
    Coalitievorming zoals NVDE  
Toezichthouders Goed functionerende gasmarkt Overleg (periodiek) Nieuwe methodebesluit ACM
  Marktconforme tarieven Klankbordgroepen (periodiek) BnetZA besluit kostenallocatie
      Doorvoering tariefregulering
      Efficiencymaatregelen

GRI Index

In onderstaande GRI Index tabel verwijzen we voor de GRI G4 Core Standaard indicatoren, en voor de voor Gasunie materiele GRI G4 Specifieke indicatoren naar de pagina’s in het verslag waar de betreffende informatie ontsloten wordt. Voor een aantal indicatoren, en voor de Disclosures on Management Approach (Managementaanpak ofwel DMA’s) is de informatie voor de volledigheid en overzichtelijkheid in de tabel zelf opgenomen.

GRI Code Indicator Verwijzing
Strategie en analyse    
G4-1 Verklaring van de hoogste beslissingsbevoegde van de organisatie Bericht raad van bestuur
Organisatieprofiel    
G4-3 Naam van de organisatie NV Nederlandse Gasunie
G4-4 Voornaamste merken, producten en/of diensten Profiel
G4-5 Locatie van het hoofdkantoor van de organisatie Groningen, Nederland
G4-6 Het aantal landen waar de organisatie actief is Nederland, Duitsland
G4-7 Eigendomsstructuur en rechtsvorm Corporate Governance
G4-8 Afzetmarkten Profiel
G4-9 Omvang van de verslaggevende organisatie Medewerkers en onze resultaten
G4-10 Samenstelling medewerkersbestand Bijlagen: overige data Medewerkers
G4-11 Werknemers onder een collectieve arbeidsovereenkomst Bijlagen: overige data Medewerkers
G4-12 Omschrijving van de toeleveringsketen van de organisatie De keten van gas
Bijlagen: Overige data Milieu, Veiligheid en Ketenbehe
G4-13 Significante veranderingen tijdens de verslagperiode In de verslagleggingsperiode hebben geen significante wijzigingen plaatsgevonden
G4-14 Uitleg over de toepassing van het voorzorgsprincipe door de verslaggevende organisatie Risicomanagement
G4-15 Extern ontwikkelde economische, milieu gerelateerde en sociale handvesten, principes die door de organisatie worden onderschreven Milieugerelateerd: ISO 14001, Sociaal handvest: gedragscode voor leveranciers, toepassing model Uniform Europees Aanbestedingsdocument
G4-16 Lidmaatschappen van verenigingen (zoals brancheverenigingen) en nationale en internationale belangenorganisaties Stakeholders, Ketenbeheer
Materiële onderwerpen en afbakening    
G4-17 Overzicht van alle ondernemingen die in de geconsolideerde jaarrekening zijn opgenomen en die niet onder dit verslag vallen. Jaarrekening
G4-18 Proces voor het bepalen van de inhoud en specifieke afbakening van het verslag en hierbij gehanteerde uitgangspunten Materialiteitsanalyse, bijlage Verslaggevingsprincipes
G4-19 Materiële onderwerpen die tijdens het proces ter bepaling van de inhoud van het verslag zijn vastgesteld Materialiteit
Bijlage Verslaggevingsprincipes
G4-20 Afbakening per materieel onderwerp binnen de organisatie Materialiteitsanalyse
G4-21 Afbakening van de materiële onderwerpen buiten de organisatie Strategie, bijlage Verslaggevingsprincipes
G4-22 Gevolgen van een eventuele herformulering van informatie die in een eerder verslag is verstrekt en de redenen voor deze herformulering Bijlage Verslaggevingsprincipes
G4-23 Significante veranderingen ten opzichte van vorige verslaggevingsperiodes ten aanzien van reikwijdte en afbakening Materialiteit
Bijlage Verslaggevingsprincipes
Overleg met belanghebbenden    
G4-24 Lijst van groepen belanghebbenden die de organisatie heeft betrokken Stakeholders, Bijlage Stakeholdertabel
G4-25 Uitgangspunten voor de inventarisatie en selectie van belanghebbenden Stakeholders
G4-26 Wijze waarop belanghebbenden worden betrokken Stakeholders, Bijlage Stakeholdertabel
G4-27 Belangrijkste onderwerpen en vraagstukken die uit het overleg met belanghebbenden naar voren zijn gekomen Stakeholders, Bijlage Stakeholdertabel, Medewerkers (arbeidsvoorwaarden)
Verslaggevingsprofiel    
G4-28 Verslaggevingsperiode waarop de verstrekte informatie betrekking heeft Accountantsverklaring
G4-29 Datum van het meest recente vorige verslag  5‑apr‑16
G4-30 Verslaggevingscyclus Jaarlijks
G4-31 Contactpersoon voor vragen over het verslag of de inhoud daarvan Voor algemene vragen, suggesties of opmerkingen kunt u via communicatie@gasunie.nl contact met ons opnemen.
G4-32 GRI-toepassingsniveau en GRI-tabel Core
G4-33 Beleid met betrekking tot assurance Limited
Bestuursstructuur    
G4-34 De bestuursstructuur van de organisatie Corporate governance
Ethiek en integriteit    
G4-56 Beschrijving van de door de organisatie gehanteerde waarden, principes, standaarden en gedragsnormen, zoals een gedragscode Corporate governance
Materiële indicatoren die Gasunie rapporteert volgens GRI    
Economische prestaties (G4 aspect: Economische prestaties)    
DMA a. Vermeld waarom het onderwerp materieel is en de impact van het onderwerp. b. Vermeld hoe de organisatie omgaat met het materiële onderwerp en de impact ervan. c. Evaluatie van de managementaanpak. De missie van Gasunie is het op de lange termijn creëren van financiële waarde voor de aandeelhouders, de maatschappij, werknemers en andere belanghebbenden van Gasunie. Een belangrijke randvoorwaarde hiertoe zijn onze economische prestaties. De directie is verantwoordelijk voor de economische prestaties van de organisatie, de raad van commissarissen toetst dit beleid. Een deel van de individuele beloning van directie hangt af van de economische prestaties van de onderneming.
G4-EC1 Directe economische waarden die zijn gegenereerd en gedistribueerd Jaarrekening
Financiële Resultaten
Emissies (G4 aspect: Emissies)    
DMA a. Vermeld waarom het onderwerp materieel is en de impact van het onderwerp. b. Vermeld hoe de organisatie omgaat met het materiële onderwerp en de impact ervan. c. Evaluatie van de managementaanpak. Onze operaties beïnvloeden het milieu. Denk aan het leggen van leidingen, het bouwen van gasinstallaties, het op druk brengen, transporteren en mengen van aardgas, het meten en regelen van gasstromen, het reduceren van de gasdruk en het onderhoud aan installaties. Voor deze activiteiten gebruiken we energie, waardoor emissies plaatsvinden. Om ervoor te zorgen dat we in relevante bedrijfsprocessen goed rekening houden met het milieu, hebben we ons milieuzorgsysteem ingericht volgens de ISO 14001-norm. De eindverantwoordelijkheid voor onze prestaties op het gebied van emissiereductie ligt bij het management. Wij meten onze prestaties op het gebied van emissies en groene stroom. De prestaties op het gebied van emissies maakt onderdeel uit van een collectieve targetbeloning, en de individuele beloning van de directie.
EN15 Directe broeikasgas emissies (Scope 1) Resultaten Milieu, Bijlage Overige informatie Milieu
EN16 Indirecte broeikasgas emissies (Scope2) Resultaten Milieu, Bijlage Overige informatie Milieu
EN17 Indirecte broeikasgas emissies (Scope 3) Resultaten Milieu, Bijlage Overige informatie Milieu
Medewerkers (G4 aspect: Gezondheid en veiligheid)    
DMA a. Vermeld waarom het onderwerp materieel is en de impact van het onderwerp. b. Vermeld hoe de organisatie omgaat met het materiële onderwerp en de impact ervan. c. Evaluatie van de managementaanpak. Veiligheid voor onze medewerkers en onze omgeving is een belangrijke randvoorwaarde bij het uitvoeren van onze werkzaamheden. Het zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving en het minimaliseren van (milieu)risico’s voor de omgeving heeft daarom prioriteit. Omdat veiligheid een belangrijke indicator is voor de kwaliteit van ons werk, willen we voor onze prestaties op dit gebied bij de beste internationale gasinfrastructuurbedrijven horen. In 2015 is een meerjarig programma gestart, Safe@Gasunie, om het veiligheidsbewustzijn bij medewerkers en inhuurkrachten verder te verbeteren. Wij administreren ongevallen op het moment dat deze zich voordoen. Maandelijks of per kwartaal evalueren wij de resultaten in managementrapportages. Ook ziekteverzuimpercentages worden bijgehouden en indien nodig wordt op basis daarvan bijgestuurd. Het aantal reportables maakt onderdeel uit van de collectieve targetbeloning voor het gehele personeel. De verantwoordelijkheid voor prestaties op dit gebied ligt bij het management (afdelingen Veiligheid en HR).
G4-LA6 Ongeval, verzuimcijfers en dodelijke ongevallen Geen dodelijke ongevallen.
Overige data: Resultaten Veiligheid, Onze Medewerkers, Bijlage Overige data veiligheid
Duurzame inzetbaarheid (G4 aspect: Training & Ontwikkeling)    
DMA a. Vermeld waarom het onderwerp materieel is en de impact van het onderwerp. b. Vermeld hoe de organisatie omgaat met het materiële onderwerp en de impact ervan. c. Evaluatie van de managementaanpak. We willen een flexibele organisatie zijn, die kan inspelen op de snel veranderende omgeving. Daarvoor hebben we medewerkers nodig die niet alleen nu, maar ook in de toekomst bevlogen en productief hun werk doen en daarmee blijvend van toegevoegde waarde zijn voor ons bedrijf of elders, ofwel ‘duurzaam inzetbaar’ zijn. Ons duurzame inzetbaarheid programma richt zich op vier thema’s: vitaliteit, werksituatie, loopbaan en flexibiliteit. Hiervoor bieden we concrete opties, waaronder coaching, omscholing en loopbaanadviesgesprekken. Het programma is door medewerkers ingevuld en wordt deels door medewerkers zelf, deels door het bedrijf gefinancierd. De inhoud van het programma wordt periodiek geëvalueerd en waar nodig aangepast aan de actualiteit.
G4-LA10 Programma’s voor competentiemanagement en levenslang leren die duurzame inzetbaarheid van medewerkers garanderen en hen helpen bij het afronden van hun loopbaan. Medewerkers - Duurzame Inzetbaarheid, Training & Ontwikkeling
Betrokken bij omgeving en maatschappij (G4 aspect: Lokale gemeenschappen )    
DMA a. Vermeld waarom het onderwerp materieel is en de impact van het onderwerp. b. Vermeld hoe de organisatie omgaat met het materiële onderwerp en de impact ervan. c. Evaluatie van de managementaanpak. Onze activiteiten hebben impact op de omgeving. Wij willen de negatieve gevolgen zo minimaal mogelijk houden en overleggen zo veel mogelijk met de omgeving hoe we dat het beste kunnen doen. We passen Strategisch Omgevingsmanagement toe om een zo goed mogelijk overzicht te hebben van de belangen van onze stakeholders. We trainen onze medewerkers hierin. Daarnaast vinden we goed nabuurschap belangrijk. Dit hebben we onder andere verwerkt in ons sponsor- en donatiebeleid, waarmee we iets terug proberen te doen voor onze omgeving. In dat beleid sluiten we zo veel mogelijk aan bij onze kernactiviteiten, dus we sponsoren met name activiteiten op het gebied van (energie)transitie. We evalueren ons beleid periodiek om te zorgen voor een goede aansluiting bij onze strategie. Daarnaast vormt een goede invoering van de Participatiewet ook onderdeel van zorg voor onze omgeving. We hanteren op dit punt streefcijfers/KPI's en monitoren deze jaarlijks.
G4-SO1 Percentage van operaties met betrekking van lokale gemeenschappen, effectbeoordeling en ontwikkelingsprogramma's Resultaten Milieu - Maatschappelijke betrokkenheid
Externe veiligheid en procesveiligheid (G4 aspect: Lokale gemeenschappen )    
DMA a. Vermeld waarom het onderwerp materieel is en de impact van het onderwerp. b. Vermeld hoe de organisatie omgaat met het materiële onderwerp en de impact ervan. c. Evaluatie van de managementaanpak. Veiligheid voor onze medewerkers en onze omgeving is een belangrijke randvoorwaarde bij het uitvoeren van onze werkzaamheden. Het zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving en het minimaliseren van (milieu)risico’s voor de omgeving heeft daarom prioriteit. Omdat veiligheid een belangrijke indicator is voor de kwaliteit van ons werk, willen we voor onze prestaties op dit gebied bij de beste internationale gasinfrastructuurbedrijven horen. In 2015 een meerjarig programma gestart, Safe@Gasunie, om het veiligheidsbewustzijn bij medewerkers en inhuurkrachten verder te verbeteren. Om het gastransport veilig en betrouwbaar te kunnen uitvoeren, controleren we voortdurend de technische veiligheid van onze infrastructuur. De European Gas Pipeline Incident Data Group (EGIG) registreert deze prestaties. Het management is verantwoordelijk voor onze prestaties op dit gebied. Om iedereen bewust te maken van het belang van veiligheid, vormt het onderdeel van onze collectieve targets.
G4-SO2 Percentage operaties met een, mogelijk, significant negatieve impact op lokale gemeenschappen Resultaten Veiligheid, Bijlage Overige data Veiligheid
G4-OG13 Aantal proces-veiligheidsincidenten per activiteit Resultaten Veiligheid
Naleving regelgeving (G4 aspecten: Compliance wet- en regelgeving en publiek beleid)    
DMA a. Vermeld waarom het onderwerp materieel is en de impact van het onderwerp. b. Vermeld hoe de organisatie omgaat met het materiële onderwerp en de impact ervan. c. Evaluatie van de managementaanpak. Onze activiteiten zijn gebonden aan wet- en regelgeving. Zo hebben wij te maken met de Gaswet en is een groot deel van onze activiteiten in Nederland en Duitsland gereguleerd. De tarieven die GTS en Gasunie Deutschland aan hun klanten berekenen, zijn gereguleerd. Ze worden jaarlijks vastgesteld door de toezichthouder, die elke 3 tot 5 jaar de methode van regulering opnieuw vaststelt. De toezichthouder in Nederland is de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en in Duitsland de Bundesnetzagentur (BNetzA).
G4-SO6 Politiek financiële bijdrages per land en per ontvanger Gasunie verleent nul financiële bijdrage aan politiek georiënteerde organisaties
G4-SO8 Financiële en niet financiële sancties vanwege overtredingen van wet-en regelgeving Bijlagen: monetaire boetes
Klanttevredenheid (G4 aspect: Etikettering producten en diensten )    
DMA a. Vermeld waarom het onderwerp materieel is en de impact van het onderwerp. b. Vermeld hoe de organisatie omgaat met het materiële onderwerp en de impact ervan. c. Evaluatie van de managementaanpak. Omdat de mening van onze klanten zeer belangrijk is, meten we jaarlijks de klanttevredenheid. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek, zetten we verbeteracties uit.
G4-PR5 Klanttevredenheid onderzoeken Klanttevredenheidsonderzoek
Eigen indicatoren    
Leveringszekerheid    
DMA a. Vermeld waarom het onderwerp materieel is en de impact van het onderwerp. b. Vermeld hoe de organisatie omgaat met het materiële onderwerp en de impact ervan. c. Evaluatie van de managementaanpak. Een ongestoorde energielevering is een van onze belangrijkste resultaatgebieden. Ons netwerk vormt een belangrijk onderdeel van de Europese gasinfrastructuur. De gasstromen die door ons netwerk gaan zijn niet alleen bestemd voor de binnenlandse markt in Nederland en Duitsland, maar ook voor de landen om ons heen, zoals Denemarken, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De zorg voor leveringszekerheid is een gedeelde taak van verschillende units waaronder GTS, veiligheid en Operations. Onze resultaten op dit gebied maken onderdeel uit van de collectieve targets en worden nauw gemonitord en geëvalueerd.
- Eigen indicator: Transportzekerheid - aantal transportonderbrekingen Resultaten netbeheer Nederland en Duitsland
Transparantie    
DMA a. Vermeld waarom het onderwerp materieel is en de impact van het onderwerp. b. Vermeld hoe de organisatie omgaat met het materiële onderwerp en de impact ervan. c. Evaluatie van de managementaanpak. In al onze activiteiten streven we, als organisatie met een publieke taak, een zo transparant mogelijke bedrijfsvoering na. Transparantie met betrekking tot onze prestaties vinden we van groot belang. Dat betekent dat we in ons jaarverslag zo transparant mogelijk willen zijn. De Transparantiebenchmark van het ministerie van Economische Zaken is hier een goede graadmeter voor. Derhalve zijn ook voor de komende jaren ambitieuze doelstellingen opgenomen ten aanzien deze rapportage-benchmark. De komende jaren streven we ernaar circa 185 punten te behalen en minimaal binnen de top 30 van het totale deelnemersveld te eindigen. De Transparantiebenchmark dekt niet alle aspecten van rapportage, en ook in bredere zin nemen we ten aanzien van onze rapportages transparantie als uitgangspunt.
-  Eigen indicator: TB score indicator: TB score (in 2016: 192 punten)
Energietransitie    
DMA a. Vermeld waarom het onderwerp materieel is en de impact van het onderwerp. b. Vermeld hoe de organisatie omgaat met het materiële onderwerp en de impact ervan. c. Evaluatie van de managementaanpak. De ontwikkelingen op het gebied van energietransitie krijgen steeds meer gestalte en de Europese energiemarkt raakt steeds meer geïntegreerd. Dit heeft uiteraard impact op onze activiteiten. De behoeften van en de mogelijkheden voor energiegebruikers veranderen. Wij veranderen daarin mee. Verschillende afdelingen houden zich bezig met projecten op het gebied van duurzame energie, die we het liefst oppakken samen met andere partijen binnen en buiten de energieketen. Gasunie heeft in deze projecten de rol van co-investeerder om op deze manier, samen met partners, de overgang naar een duurzame energievoorziening mogelijk te maken met oplossingen die mede gebruik blijven maken van ons netwerk.
-   Omdat Energietransitie een relatief macro-niveau thema is, wat lastig op bedrijfsniveau te kwantificeren is, hebben we nog geen kwantitatieve indicator beschikbaar op dit thema. Gasunie onderzoekt of een betekenisvolle indicator kan worden geformuleerd in 2017. Hoewel we nog geen specifieke indicator voor dit aspect hebben, proberen we in dit kader onze medewerkers bewust mee te nemen in de energietransitie en bewustwording rondom energieverbruik. Het is ons doel om jaarlijks één concrete actie voor de medewerkers te realiseren. In 2016 hebben we twee acties uitgevoerd: Check je warmtelek en Zoek de energieslurper, waarmee medewerkers thuis hun energieverbruik beter in kaart hebben en deze positief kunnen beïnvloeden. In 2017 staat een nieuwe actie gepland: Is je cv OK?
Internationale samenwerking en integratie van de markt    
DMA a. Vermeld waarom het onderwerp materieel is en de impact van het onderwerp. b. Vermeld hoe de organisatie omgaat met het materiële onderwerp en de impact ervan. c. Evaluatie van de managementaanpak. Er vindt een verschuiving plaats van nationale naar internationale markten. Dat komt door een beter werkende interne Europese energiemarkt, door de uitbreiding van interconnectiecapaciteit, beter op elkaar aansluitende diensten & producten en een groter internationaal aanbod van gas via pijpleidingen en LNG. Besluitvorming vindt steeds meer op Europese schaal plaats. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat we een Europese focus moeten hebben, waarbij samenwerking met Europese partners belangrijker wordt. We nemen deel in verschillende (Europese) en gremia om samenwerking en integratie te bevorderen. Verschillende afdeling spelen daarin een rol, van het monitoren van ontwikkelingen tot het nemen van maatregelen die integratie bevorderen (bijv. deelname aan veiling platform PRISMA). We nemen deel aan ten minste 15 internationale samenwerkingsverbanden.
    Ten aanzien van dit onderwerp beogen we bij te dragen aan een bedrijfsoverstijgend doel (internationale samenwerking, marktintegratie). Wij nemen deel aan een aantal samenwerkingsverbanden, maar hebben op dit moment nog geen zinvolle indicator gedefinieerd die de kwalitatieve waarde hiervan goed kan meten. Voor de toekomst trachten wij dit te verbeteren.
Risico - en crisisbeheer    
DMA a. Vermeld waarom het onderwerp materieel is en de impact van het onderwerp. b. Vermeld hoe de organisatie omgaat met het materiële onderwerp en de impact ervan. c. Evaluatie van de managementaanpak. We beschouwen risicomanagement als een fundamenteel onderdeel van onze bedrijfsvoering en identificeren en beheersen daarmee de belangrijkste risico's. Het is van groot belang dat wij de risico’s die we lopen zo goed mogelijk in beeld hebben en maatregelen treffen om deze risico’s te beheersen. Risicomanagement speelt op ieder niveau een belangrijke rol bij de besluitvorming binnen Gasunie.
    Op dit moment is er geen kwantitatieve KPI voor het materiele thema risico- en crisisbeheer als geheel. Op dit onderwerp wordt integraal gestuurd op de beheersing van significante risico’s doordat het in de verschillende afdelingen en units belegd is. Wel hanteren we KPI’s voor de significante risico’s in de business, zoals ten aanzien van Leveringszekerheid en ICT security. Daarnaast wordt jaarlijks gerapporteerd aan de auditcommissie. De hoofdstukken Ons risicoprofiel en Risicomanagement bieden de lezer voor nu een goed beeld van de sturing en resultaten ten aanzien van het onderwerp. Op termijn zullen we kijken of we voor dit materiele onderwerp een zinvolle kwantitatieve indicator kunnen ontwikkelen.